De geschiedenis van islam

Van Mali naar de Songhay; de geschiedenis van Islam in West-Afrika (3-3)

Met deel 3 van dit artikel zijn we aangekomen bij het laatste deel van onze serie over de geschiedenis van Islam in West-Afrika. Onze driedelige serie begint bij West-Afrika vóór Islam, hoe verschillende stammen, elk met hun unieke eigenschappen en specialiteiten, samenwerkten en een nieuwe samenleving vormde in Wagadou (het oude Ghana). Vervolgens legden we uit hoe Islam in het gebied werd geïntroduceerd door Berbers en Arabieren die na de vestiging van Islam in de Maghreb, zuidwaarts trokken om te handelen met de bewoners van de Sahel. Zij kregen toestemming om handelsposten op te zetten en met het volk te handelen. In Kumbi Saleh (hoofdstad van Wagadou) werd zelfs een deel van de stad toegewezen aan de moslims om in te verblijven. Het stadsdeel was uitgerust met moskeeën, imams en rechters. Langzaamaan begon de aristocratie interesse te krijgen in Islam en werd het in veel gevallen een gewoonte voor de koning om zijn zoons naar de moslims te sturen voor een (Islamitische) educatie. Na de aristocratie kwam ook het gewone volk in aanraking met Islam en diens invloed werd langzaam meer zeker omvangrijker. Helaas was er ondertussen nog steeds sprake van vermenging tussen oude inheemse tradities en Islam, maar de legendarische Mansa Musa legde in zijn rijk het fundament voor het “inheems” worden van Islam in zijn domein. Snel na zijn regeerperiode raakte het Mali rijk in verval en zou een nieuwe dynastie herrijzen uit het as van de Mali. De Songhay en dan met name de stamhouder van de Askiyya-dynastie zou het vaandel van Islam oppakken en zijn domein omvormen tot een Islamitische staat.

Het verval van de Mali en de opkomst van de Songhay

Het steeds zwakker wordende Mali gaf de mogelijkheid voor de ontwikkeling van andere (nieuwe) politieke machten. Alhoewel Mali tot diep in 17e eeuw zou blijven bestaan, bleven zij altijd slechts een schim van wat zij ooit waren. Zij controleerden niet langer de belangrijkste handelsgebieden (het gebied rondom de Niger en Senegal rivieren). Daarnaast zorgde het verval van Mali ervoor dat het centrum van macht weer zou terugkeren naar de Midden-Niger regio. En dit is de plek waar een nieuw staatsmodel welke West-Afrika nog nooit heeft gezien, zelfs niet in de tijd van Mansa Musa uit het as zou herrijzen. Het waren de Songhay die dit realiseerden vanuit het eeuwenoude Goa. Daar waar de eerste stadstaat in de regio zo’n 600 jaar eerder tot stand kwam. Zij hebben een staat weten te stichten waarin alle bewoners vertegenwoordiging hadden en waarin hun belangen zo goed als mogelijk werden behartigd op basis van Islam.

De opkomst van de Sunni-dynastie

Ergens in het laatste kwart van de 14e eeuw (1375) wisten de Songhay zich onafhankelijk te maken van het Mali rijk en Gao werd hun uitvalsbasis. Het was Sunni Ali (hij kwam aan de macht in 1464) die ervoor zorgden dat de Songhay enorme territoriale expansie realiseerden en hij vormde daarbij de basis voor de Songhay staat. Echter, ondanks zijn militaire successen stond hij bekend als een tiranniek leider die zijn pijlen vooral richtte op de Islamitische geleerden.

Sunni Ali’s territoriale expansie en zijn strijd tegen de geleerden

De eerste expeditie was de verovering van Timbuktu in 1469. Zoals uiteengezet in het vorige deel was Timbuktu uitgegroeid tot een belangrijke centrum van kennis nadat Mansa Musa de stad had ontwikkeld. Er was een significante populatie van geleerden ontstaan en een aantal van deze geleerden spraken zich uit tegen Sunni Ali vanwege zijn tirannieke leiderschap. Zij vormde een bedreiging voor zijn positie waarop hij zich genoodzaakt voelde om hen uit de weg te ruimen. Er zijn een aantal redenen die de basis vormde voor de spanningen tussen Sunni Ali en de geleerden. De geleerden waren afwijzend naar Sunni Ali vanwege de manier waarop hij Islam beleed. Volgens sommige overleveringen was hij geen moslim en andere overleveringen vertellen ons dat als hij er één was, hij nauwelijks praktiseerde. Sunni Ali op zijn beurt hekelde deze afwijzing en haatte de “elitaire” geleerden. Voordat Sunni Ali überhaupt zijn militaire campagne naar Timbuktu begon vluchtten vele geleerden naar Walata (hedendaags Mauritanië), waar zij opgevangen werden door de Touareg leider Aqil. Anderen geleerden bleven in de stad en zouden de vervolgingen aan de hand van Sunni Ali in vijf fases ondergaan.

  1. Het begon met het doden en vernederen van de geleerden die achterbleven. Zij zouden “samenspannen” met de Toaureg. Zij zouden het slachtoffer worden van belediging na belediging en vernedering na vernedering.
  2. Vervolgens eiste hij 30 maagden van de Sankore madrassa die hij als concubine zou nemen. Dit waren vrome en eervolle vrouwen die woonden in de vrouwenvertrekken van de moskee. Zij zouden door Sunni Ali geëxecuteerd worden bij aankomst.
  3. De rest van de achtergebleven geleerden vluchtten en hij stuurde de Timbuktu-koi (koi is de titel van de leider van een plaats of stad) om hen achterna te gaan. De Timbuktu-koi haalden hen in en de geleerden stierven in de strijd tegen de Timbuktu-koi.
  4. Sunni Ali richtte zich vervolgens op de familie van al-Qadi (rechter) al-Hajj de leider van de geleerden in Timbuktu. Hierop vluchtten sommigen van zijn familieleden. De rest werd gedood of gevangengenomen zowel mannen als vrouwen.
  5. Later zou hij, tegen eind van zijn leven, een boodschapper naar Timbuktu sturen met de boodschap dat iedereen die loyaal naar Sunni Ali is, dient te vertrekken naar Hawkiyi. Zij die achterblijven zullen worden gedood. In blinde paniek, en met de eerdere vervolging in het achterhoofd, verlieten de mensen de stad waarbij zij vele bezittingen achterlieten.

Meteen na de campagne tegen Timbuktu volgde de campagne tegen Jenne. Een legendarische stad die volgens de overlevering niemand heeft kunnen innemen. De stad ligt vlakbij de Bani rivier. Deze rivier stroomde vaak over waardoor het leger van Sunni Ali zijn aanvallen moest staken genoodzaakt was terug te trekken om te ontsnappen aan het opkomende water. Het zou uiteindelijk 6 maanden duren voordat het hem lukte om Jenne in te nemen. Hierna zou hij begon hij met een westelijke en een noordelijke campagne. In het westen veroverde hij gebieden op de Fulbe en in het noorden wist hij gebieden te veroveren in hedendaags Mali en Mauritanië. Na de noordelijke en westelijke campagnes begon hij aan een zuidelijke campagne en deze richtte zich voornamelijk op de Mossi (een volk en tevens de grootste etniciteit van hedendaags Burkina Faso).

Een alternatief in de vorm van Askiyya Muhammad Touré

Slechts 5 jaar (1492) na de laatste vervolging van de geleerden door Sunni Ali zou hij (op mysterieuze wijze) overlijden. Want waar de tarikh al Sudan beschrijft dat hij verdronk toen hij de Niger probeerde over te steken, vermelden orale tradities dat hij door Muhammad Touré is omgebracht.

Beide tarikhs vermelden dat het leger een cruciale rol speelde in de benoeming van de nieuwe sunni. Uiteindelijk verkozen zij de zoon van Sunni Ali; Baru. Echter minder dan een maand na zijn benoeming zou hij hevige weerstand krijgen van de tondi farma (gouverneur van provincie of regio) van zijn vader; Muhammad Touré. Zijn rol als tondi farma gaf hem voldoende militaire kracht. Op politiek vlak kon hij rekenen op de steun van geleerden die Sunni Ali uit Timbuktu had verdreven. Muhammad Touré’s offensief tegen Sunni Baru bestond uit 2 grote veldslagen, de eerste in Danagha februari 1493. Sunni Baru werd hierin verslagen waarop hij zich terugtrok in een dorp vlakbij Goa. De tweede en laatste veldslag vond op 12 april van hetzelfde jaar plaats en na een hevige strijd werd Sunni Baru nogmaals verslagen en verdreven naar Dia waar hij in ballingschap zou leven. 5 jaar na de laatste vervolging van de geleerden was Sunni Ali dood en Sunni Baru verslagen. Muhammad Touré was erin geslaagd om de macht te grijpen. Toen de dochters van Sunni Ali hoorden dat hij de nieuwe leider was zeiden zei: “a si kiya” en dit betekent in hun taal: “Hij zal het niet zijn“. Toen Muhammad Touré dit hoorde weigerde hij bij een andere titel benoemd te worden. Zijn overwinning werd gezien als een overwinning voor Islam.

Een Islamitische renaissance in Bilaad-as-Soedan

Het aantreden van de Askiyya betekende een terugkeer van een samenleving zoals in de tijd van Mansa Musa zo’n 100 jaar geleden. De banden met de landen in het Islamitisch hartland werden weer aangehaald. In de ongeveer 30-jarige regeerperiode van Sunni Ali (1464-1492) is nauwelijks iets van buitenlandse diplomatie gedocumenteerd. De Askiyya herstelde de positie van de families van de ‘ulama die door Sunni Ali waren verjaagd. Deze families hadden weer goede banden met geleerden in Egypte en het Arabisch Schiereiland. Het cosmpolitaanse karakter van het beleid van Mansa Musa werd naar een hoger niveau getild door Askiyya Muhammad. Waar het beleid van Mansa Musa zich nog erg centreerde rondom de Mande-cultuur, oversteeg het bestuur van de Askiyya bepaalde etnische grenzen. Hierdoor werd de loyaliteit van binnen het domein van de Songhay verlegd van diens stam naar de staat. Songhay, Hal Pulaaren (Toucouleur), Mande, Kel Tamasheq (Touareg), Wolof, Fulbe etc. etc. waren allemaal vertegenwoordigd in het staatsbestel van de Songhay.

Voor het leger bouwde hij niet meer op slaaf soldaten, maar stelde een professioneel leger op. Het leger van de Askiyya bestond uit infanterie, cavalerie en een vloot die zich specialiseerden in het navigeren van de rivieren voor snelle mobilisatie. Dit professionele leger bestond uit zo’n 31.000 troepen. Uiteraard kon dit aangevuld worden met dienstplichtigen of slaafsoldaten.

De hajj van Askiyya Muhammad

Net als Mansa Musa zou de Askiyya ook de hajj verrichten. Zijn hajj is dan misschien minder bekend, maar het zou een cruciale stap zijn in het omvormen van het domein van Songhay naar een cosmpolitaanse samenleving waarbij Islam een centrale rol zou spelen. Dit gaf zelfs aanleiding voor Islamitische hervormingen in Hausaland (buiten het domein van de Songhay). Dit beleid zorgde ervoor dat Songhay gezien werd als een Islamitische staat. Een staat waarbij Islam niet alleen invloed heeft op de individuele geddragen van de heerser, maar ook zijn algehele politieke beleid.

Askiyya Muhammad trof zijn voorbereiden door allereerst zijn broer Kanfari Umar het gezag te geven tijdens zijn afwezigheid. Hij reorganiseerde en hermobiliseerde zijn leger en bepaalde gouverneurs om stabiliteit te garanderen. Met het lot van zijn domein in de handen van vertrouwelingen vertrok hij met door hem 1000 infanterie en 500 cavalerie tezamen met 1 ton goud. Net als Mansa Musa zou hij eerst afreizen naar Caïro om vervolgens verder te reizen naar Mekka om de hajj te verrichten. Eenmaal aangekomen in Caïro ontmoette hij diverse geleerden zoals al-Suyuti maar hij werd er ook benoemd als de leider van West-Afrika namens de moslims. In Mekka en Medina gaf hij enorme hoeveelheden goud als sadaqa en zou hij “tuinen” hebben aangekocht in Medina om pelgrims uit West-Afrika te ondersteunen. Twee jaar later in augustus 1498 zou hij terugkeren naar Gao.

De Islamitische staat van de Songhay

Askiyya Muhammad geïnspireerd door zijn reis naar het Islamitisch hartland heeft zijn staat, omgevormd tot een Islamitische staat. Hij bouwde voort op wat Sunni Ali had gerealiseerd en dit was op zijn beurt weer gebaseerd op de structuur van het Mali rijk. De Askiyya heeft dit alles omgevormd en passend gemaakt binnen een Islamitisch staatsbestel. Nu zijn er oriëntalisten en zwarte nationalisten die beweren dat hij Islam inzake regeren had losgelaten en zij baseren dit omdat hij voortbouwde op de bestaande structuren. Niets is minder waar en dit is een oppervlakkige kijk op het verschil tussen daar al Islam en daar al koefr. Een aantal punten:

  1. De Askiyya implementeerde Islam in zijn domein en het feit dat hij de niet-moslims hun religie liet belijden ís een Islamitische hoekm, laa ikraaha fie dien (er is geen dwang in religie). Dit heeft niets te maken met ‘seculiere’ of ‘liberale’ gedachtegoed zoals sommigen oriëntalisten of zwarte nationalisten beweren.
  2. Zoals eerder aangegeven, zocht de Askiyya verbinding en betrekkingen met het Islamitisch hartland waarop hij benoemd werd als de imam van West-Afrika namens de moslims. Sommigen bronnen beschrijven dat hij werd benoemd tot de Khalifah van Takrur (de Arabieren refereerden naar West-Afrika als as-Sudan of at-Takrur). Hoe dan ook was het duidelijk dat zijn positie als regionale leider ondergeschikt was aan dat van dé wereldwijde Khalifah of dé wereldwijde emir al mu’minien (leider van de gelovigen). Met andere woorden hij ondermijnde zijn gezag niet en sprak zijn loyaliteit uit.
  3. Het feit dat de Songhay posten toekende zoals kanfari, benga-farma, hari-farma, koi, askiyya, fama, betekent niet dat hij een ‘traditioneel West-Afrikaanse’ systeem invoerde. Hij deelde zijn domein op in provinciën en iedere provincie had een leider of gouverneur. De belangrijkste steden of regio’s in het gebied kregen ook een aparte leider die het regionale bestuur op zich namen. Hij stelde functionarissen aan met een specifiek takenpakket zoals landbouw, watervoorziening of handel. Dit alles druist niet in tegen de shara’a. Integendeel in heel veel elementen nam hij van de shara’a om zijn domein te besturen. Er is ruimte om administratieve aspecten van de staat in te vullen naar eigen inzicht, dit is bijvoorbeeld wat Oemar (ra) deed door de diwan (administratie systeem van de Perzen) in te voeren.
  4. Tenslotte liet de askiyya zich adviseren door de geleerden. Hij had de positie van de geleerden in Timbuktu hersteld en hij betrok hen bij het bestuur van zijn domein om ervoor te zorgen dat hij Islam in zijn beslissingen in acht zou nemen. Hij uit deze geleerden een opperrechter aangesteld en de belangrijkste geleerden maakten deel uit van zijn raad van adviseurs.

Natuurlijk heeft de Islamitische staat van de Songhay een “West-Afrikaans” karakter gehad, net zoals al-Andalus een Mediterraans karakter had omdat verschillende mensen verschillende gewoonten en gebruiken hebben. Dat neemt echter niet weg dat zij allen de Islamitische ‘aqieda hadden en dit, althans in het begin, gebruikten als uitgangspunt voor het verheffen van het woord van Allah in hun respectievelijke domeinen. Islam geeft de moslim fundamenten, een intellectueel kader die hij gebruikt om Islam toe te passen. Enkel opereren op basis van fataawa waarbij de fundamenten worden weggelaten is precies de reden waarom de algehele islamitische beschaving in verval is geraakt.

Het verval van de machtige Songhay

Helaas kwam ook aan deze gouden eeuw een eind. Askiyya Muhammad werd ouder en werd na een tijd blind. Vanwege ouderdom en ziekte was hij niet langer geschikt om de imam te zijn. Hij had naar verluidt 37 zonen en zoals we eerder hebben gezien in de eerdere domeinen binnen Bilaad-as-Soedan, leidde dit tot een opvolgingsstrijd. En wederom ontrafelde zich het klassieke verhaal van de prinsenzoon met zijn onstilbare honger naar macht, op zoek naar manieren om die macht te verkrijgen. Verwend door het luxueuze, groeit hij op met het idee dat de troon zijn eigendom is. Terwijl hij qua kennis, kunde, houding en gedrag verbleekt in vergelijk met zijn vader. Zijn vader, de grote Askiyya Songhay Mohammad Touré, die zich verzette tegen het kwaadaardige bewind van Sunni Ali. De grote Askiyya die van de Songhay een Islamitische staat maakte. In het geval van deze klassieker, was het zijn zoon Musa, die zijn vader van zijn troon wilde stoten zodat hij kon zitten waar hij zat. Geërgerd door het feit dat zijn vader geen afstand wilde doen van zijn leiderschap, verbande hij zijn vader naar een eiland op de Niger en nam hij de troon. De andere zoons accepteerden dit niet en er brak al snel een burgeroorlog uit. Musa vermoorde een aantal van zijn broers en neven, maar werd in 1531 overwonnen. 2 jaar na zijn aantreden, 8 jaar na de ballingschap van Askiyya Muhammad wist een andere zoon Askiyya Ismail het leiderschap over te nemen. Hij liet zijn vader terugkeren en hij, Askiya muhammad, stierf een jaar later. Askiyya Ismail zou ook (door onbekende redenen) overlijden waardoor het het rijk nog dieper in interne verzonk. Wat was de reden van haar verval? De fatash vat het samen: “Zij kwamen tekort als het ging om het volgen van de regels van Allah, de onrechtvaardigheid van slavernij. De meeste erge misdaden werden begaan alsook de hoogmoed van de (latere) Askiyya’s.”.

Jaren later in 1591 zou een sterk verzwakte Songhay haar laatste adem uitblazen na een invasie van de Saa’di dynastie uit Marokko. Het grootste rijk in West-Afrika ooit, was niet meer. Het enorme domein verviel in kleinere staatjes. Een belangrijke periode van de glorie van Islam in West-Afrika kwam tot haar einde. Een helaas, vergeten, geschiedenis en met de hulp van Allah een motivatie en herinnering voor alle moslims dat Allah (swt) allerlei soorten helden naar voren heeft geschoven die de vaandel van Islam hebben opgepakt om zijn woord over de hele wereld te verheffen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back to top button