Het islamitisch fundament

De niveaus van denken

Om een juist oordeel te vellen over de realiteit is denken essentieel en specifiek het verstandelijk denken. Andere manieren om tot een oordeel te komen voldoen namelijk niet om tot zekerheid in geloof -of enig andere zaak- te komen. Echter om met verstandelijk denken absolute zekerheid te bereiken is het noodzakelijk dat alle facetten hiervan op een dusdanig niveau zijn alle andere opties uitgesloten zijn. Wanneer dit niet geval is kan het als nog een juist oordeel zijn, maar zonder de absolute zekerheid welke inzake geloof noodzakelijk is. Deze lagere niveaus kunnen volstaan voor andere zaken, waar absolute zekerheid niet nodig of zelfs mogelijk is.

De zekerheid van verstandelijke denken is aldus afhankelijk van het niveau van denken. Dit niveau wordt allereerst bepaalt door de twee onderscheidende elementen van het verstandelijk proces; de waarneming van en voorkennis over het feit welke door de hersenen worden gerelateerd en beoordeelt.

  • De waarneming; zijn de waarnemingen van het feit voldoende, zowel in aantal als de kwaliteit ervan? Om tot een goed oordeel te komen dienen met de voor dit feit vereiste waarnemingsorganen voldoende waarnemingen gedaan te zijn waarmee een juist en compleet beeld van het feit wordt bewerkstelligd.
  • De voorkennis; is de voorkennis van het feit inhoudelijk juist en voldoende omvangrijk? Om een goed oordeel te kunnen geven dient de voorkennis allereerst juist te zijn, onjuiste voorkennis zou leiden tot een onjuist oordeel. Maar ook dient de voorkennis voldoende omvangrijk te zijn, dus alles wat noodzakelijk is over het feit dient bekend te zijn.

Deze elementen en de verbanden op basis hiervan met de relevante feiten zijn essentieel voor het niveau van denken. Het laagste niveau van denken is het oppervlakkig denken. Alhoewel dit voor bepaalde simpele dagelijkse zaken toereikend kan zijn, is het absoluut onvoldoende om het juiste geloof te bepalen. Bij oppervlakkig denken zijn zowel de voorkennis als de waarneming van het feit (te) beperkt en zijn de verbanden hierbij welke in het denkproces plaatsvinden minimaal. Het is het overdragen van de realiteit naar de hersenen en het linken aan de voorkennis om tot een (direct) oordeel te komen, zonder acht te slaan op iets anders of na te gaan waarmee het verband houdt. Zodoende is de kans dat dit denken leidt tot een onjuist oordeel relatief groot.

Voor welke kleur kledingstuk een persoon uit de kast pakt ’s ochtends kan dit veelal voldoende zijn, maar voor bijvoorbeeld de keuze voor een zaken- of huwelijkspartner zou het te simplistisch zijn dit enkel op het uiterlijk van deze persoon te baseren. De mogelijkheid bestaat uiteraard dat het de goede keuze zou blijken te zijn, maar er is te weinig onderzocht en nagedacht of dit breder gezien wel een goede keuze was, aldus is de kans op een fout in een dusdanig belangrijk oordeel te groot. Oppervlakkig denken beperkt zich tot een enkele kijk op het feit, zonder verdere diepgang.

Die diepgang is er wel in het diepe denken, waarbij de kijk op het feit verdiept wordt om tot een oordeel te komen. Hiervoor wordt het niveau van de waarnemingen en voorkennis verhoogd, evenals de verbanden welke hiermee gelegd worden. In het voorgaande voorbeeld van de partner zou dit bijvoorbeeld betekenen in gesprek te gaan met de persoon om een beeld van de persoonlijkheid te krijgen. Hierdoor ontstaat al een completere kijk met meer zekerheid in het oordeel over de geschiktheid van de potentiële partner. Om een gedegen diepgaand onderzoek te doen zijn nog andere waarnemingen, voorkennis en verbanden hierbij mogelijk en van belang. Diep denken gaat dus voorbij aan de initiële waarneming, initiële voorkennis en het daarbij getrokken verband, het  verdiept deze om tot een onderbouwd oordeel te komen. Hiermee kan een met tot een gedegen oordeel komen, met daarbij nog wel de mogelijkheid dat het onjuist is. Dit niveau van denken is voor vele zaken in het leven voldoende, gezien het een grote mate van zekerheid geeft, bijvoorbeeld voor de emperische wetenschappen, regelgeving, medicijnen, etc.

Echter gezien het geloof bepalend is voor het gehele leven is het een dusdanig fundamentele en essentiële zaak dat dit niveau van denken en de zekerheid die daaruit voorkomt nog onvoldoende is, hiervoor is namelijk absolute zekerheid noodzakelijk. Dit is enkel mogelijk middels het verlichte denken, wat de volgende stap is vanuit het diep denken. In aanvulling op het diepe denken legt het verbanden tot hetgeen in relatie staat met het feit om tot waarheidsgetrouwe resultaten te komen.  In het voorbeeld zou dus gekeken worden naar de achtergrond van de potentiële partner, de familie en verdere omgeving, opleiding, maatschappelijke situatie, etc. Hierdoor ontstaat een vele malen betrouwbaarder oordeel over de potentiële partner,  waardoor een weloverwogen keuze gemaakt kan worden. In een zaak als deze is absolute zekerheid niet mogelijk, maar wordt met verlicht denken wel een betrouwbaar oordeel gevormd.

Wanneer het een kwestie betreft waarin alle mogelijke opties met verlicht denken onderzocht kunnen worden kan men tot absolute zekerheid komen. Door het feit diep te bestuderen middels vele waarnemingen en kwalitatieve voorkennis waarmee alle relevante verbanden worden gelegd, specifiek ook met zaken gerelateerd aan het feit, kan men van verlicht denken spreken. Wanneer hierbij door het onderzoek alle andere opties uitgesloten kunnen worden en één enkele optie overblijft is men derhalve zeker van een absoluut zeker oordeel. Een pakkend voorbeeld hiervan is hoe de wereld welke we waarnemen is ontstaan, wat later verder onderzocht wordt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back to top button