Het islamitisch perspectief

Turkije onder Erdogan; een Islamitisch rolmodel of een seculiere ramp? (3/3)

In deel 1 van deze serie hebben we het gehad over de historische context van de huidige Turkse politiek en de opkomst van Erdogan. In deel 2 heb we zijn buitenlands beleid onder de loep genomen. In het derde en laatste deel van deze serie neem ik jullie mee in zijn binnenlands beleid.

Samenwerking met de Fethullah Gülen

Turkije is een land waarin de ene keer de Britten en de andere keer de Amerikanen aan de macht komen. Britten zijn altijd sterk geweest in het leger en de rechterlijke macht door middel van rechters en officieren die loyaal waren aan hem. Amerika probeerde door middel van Erdogan deze invloed van de Britten te verminderen. Om dit te bewerkstelligen had hij mensen nodig die dezelfde belangen zouden gaan dienen en goed opgeleid waren. De Gülen-beweging was hiervoor de ideale kandidaat.

Het is algemeen bekend dat de Gülen-beweging Erdogan en zijn partij steunde sinds het aan de macht kwam in 2002. De regering stond haar toe om in veel instellingen binnen te dringen, naast een groot aantal particuliere scholen waar de beweging inkomsten genereerde met het collegegeld. Tegelijkertijd waren veel van die studenten bereid om met de beweging mee te werken. Dit alles was openbaar en geen geheim, en Erdogan was niet bang voor een dreiging ervan. Temeer omdat de beweging van buitenaf leek op een geleerde met een aantal studenten en volgelingen. Geen politieke organisatie dus die wedijvert met de regering om haar agenda uit te voeren. Daarom schonk Erdogan niet veel aandacht aan hen omdat de beweging een arm van Amerika was, net als Erdogan. Echter dit keer met een andere stijl en rol. Beiden hadden bijgedragen aan het controleren van de instellingen en het doorbreken van de nationale structuur die loyaal was aan de Britten. Dit deden ze door Amerika toe te staan ​​de instellingen te infiltreren via de Gülen-beweging. Maar ook door toe te staan ​​dat Amerika via Erdogan en zijn partij in het leger en het politieke centrum kon infiltreren. Zo waren de partij en de beweging twee armen van Amerika in Turkije en hun relatie was een relatie van samenwerking, vriendschap en loyaliteit aan één bron. Verder wilde Amerika aan het begin van Erdogans regering dat zijn mannen in Turkije een sterke verenigde partij zouden hebben, omdat Amerika er rekening mee hield dat de macht van de Britten in die tijd nog invloedrijk was in de rechterlijke macht en het leger. Dit alles zorgde ervoor dat de relatie tussen Erdogan en zijn partij en tussen de Fethullah Gülen-beweging puur en zonder spanning moest zijn. Deze situatie duurde tot begin 2010.

Erdoğan'dan Gülen'e 'dön' çağrısı
Erdogan en Gulen

In dat jaar zei Fethullah Gülen over het Mavi Marmara incident waarbij soldaten van de Joodse entiteit, 9 mensen aan boord van een schip dat hulpgoederen in Gaza wilde afleveren had vermoord, op 31-05-2010, in een brief: “Het binnenvaren van Israëlische wateren was een ernstige fout, en het was noodzakelijk om toestemming te vragen aan Tel Aviv“. Hij vond dus dat de vloot verkeerd had gehandeld en stond achter de acties van de Joodse entiteit en hun recht om Turken te vermoorden op het moment dat Erdogan bij de vloot en zijn passagiers stond. Dus Erdogan vatte de brief van Fethullah Gülen persoonlijk op. Desalniettemin gingen beiden voorbij aan wat er was gebeurd, en de relatie tussen hen bleef goed. Sterker nog, Fethullah Gülen steunde Erdogan tijdens het referendum over de grondwetswijziging dat Erdogan op 12 september 2010 hield. Deze instemming resulteerde in een significante verandering in instellingen die ertoe leidden dat posities die werden leeggemaakt door nationalisten, werden bekleed door leden van de beweging. Evenzo was er een verandering in de structuur van de Hoge Raad van Rechters en openbare aanklagers, en werden banen gecreëerd, hetgeen in het voordeel was van de beweging die op die manier een sterke invloed kreeg in cruciale instellingen.

Spanning met de Gülen-beweging

Daarna werd de relatie tussen hen begin 2011 slechter. Erdogan realiseerde zich namelijk dat de penetratie van de beweging in belangrijke instellingen een gevaar voor hem vormde. Sinds die tijd begon er een competitieve strijd tussen Erdogan en de groep van Gülen. Sinds het begin van het jaar 2011 is Erdogan begonnen met het ondermijnen van de invloed van deze groep. Hij verdreef de medewerkers van de groep van de kandidatenlijst van het parlement bij de verkiezingen van 2011 en zette vervolgens enkele groepsleden uit veiligheidsdiensten en sommige rechtbanken.

Daarna kwam de stap die de groep sterk beïnvloedde: Het plan van Erdogan om bijlescentra op te heffen en ze om te vormen tot privéscholen die het staatscurriculum moesten onderwijzen. Bijna duizend van deze centra maakten onderdeel uit van de groep, die relatief hoge kosten rekenden voor de lessen. De groep streefde naar twee belangrijke doelen door middel van deze centra: geld verdienen en deze studenten voor de groep winnen. De regering van Erdogan wilde veranderingen aanbrengen in het onderwijssysteem, deze centra omvormen tot privéscholen die het staatsprogramma zouden volgen, ze onder haar controle brengen en het systeem van toegang tot de universiteit veranderen. Dit laatste was de reden die veel ouders dwong hun kinderen naar deze centra te sturen, zodat ze naar de universiteiten konden gaan en hoge cijfers konden halen, waardoor ze in elke branche konden gaan werken. Als deze centra zouden worden opgeheven, zou de groep op twee gebieden verliezen: geld verdienen en individuen voor zich winnen. Daarom werd de groep dwaas toen Erdogan zijn plan aankondigde om deze centra af te schaffen en ze om te vormen.

İktidarla muhalefet arasında tekrar 17-25 Aralık çekişmesi | Türkiye | DW |  01.09.2021
Ministers van Erdogan verdacht van corruptie

Het tij keerde in december 2013 nadat de politie invallen had gedaan bij vertrouwelingen van de premier die van corruptie werden verdacht. De premier reageerde hierop door beschuldigingen aan het adres van de Gülen-beweging. Zij zouden in allerlei overheidsinstellingen zijn geïnfiltreerd en zo een ‘parallelle staat’ gecreëerd hebben, die gesteund werd door buitenlandse inlichtingendiensten en zijn regering zodoende wilden verzwakken. Gülen zou wel degelijk een politieke agenda hebben door het aanstellen van aanhangers op sleutelposities in het Turkse staatsapparaat. Erdoğan liet het niet bij beschuldigingen, maar voerde prompt zuiveringen in het politionele en justitiële apparaat door.

Later heeft hij als gevolg van de mislukte militaire coup op 15 juli 2016 de Gülen-beweging beschuldigd als daders. Wat eigenlijk gebeurde, was dat een groep generaals die loyaal was aan de Britten een dergelijke coup hadden geïnitieerd, omdat ze zagen aankomen dat ze uit hun functie zouden worden ontheven. Om dit te voorkomen, hebben ze op een hele amateuristische en haastige wijze de macht proberen over te nemen. In een declaratie gaven ze aan dat ze de seculiere orde wilden herstellen. Dit was een grote fout, omdat de Moslims in Turkije geen seculiere maar een Islamitische staat willen. Dit bleek tevens uit de leuzen die ze gebruikten toen ze de straten opgingen. Islamitische leuzen, zoals “Ya Allah Ya Allah, Allahu Akbar Allahu Akbar” werden continu genoemd. De mensen gingen voor tanks liggen en werden vermoord omwille van Islam. Erdogan noemde deze mensen die werden vermoord de volgende dag democratische martelaars. Twee tegenstrijdige concepten die niet in dezelfde context kunnen worden genoemd. Dit toont ook duidelijk aan dat Erdogan helemaal niet staat voor Islam, maar enkel gebruik maakt van de sentimenten van de Moslims.

Darbe girişimi gecesinden neden tankların altına yattığını açıkladı
15 juli 2016

Erdogan heeft gebruikt gemaakt van deze situatie en heeft als gevolg van de mislukte coup tienduizenden mensen opgepakt dan wel uit hun functie ontheven, ongeacht hun politieke identiteit. Iedereen die tegen Erdogan was, of het nou een Britse laïcist of een Gülen-aanhanger was, werd opgepakt onder het mom van het hebben van banden met de beweging.

Economie

De Turkse economie ondergaat momenteel een enorme financiële crisis. Deze crisis heeft geresulteerd in een flinke inflatie en een enorme daling van de koopkracht. Wat zijn eigenlijk de oorzaken van deze crisis?

Het gebruik van de lira begon in 1927 voor bijna één dollar, na de eliminatie van de Khilafah en de eliminatie van zijn valuta op basis van goud en zilver. Nadien begon het verhaal van de daling van de lira sinds 1933; de dollar was toen gelijk aan twee lira. De daling versnelde toen tot één dollar in 2001 1,65 miljoen lira waard was. Het tekort in de Turkse economie bereikte een hoogtepunt onder druk van het Internationaal Monetair Fond. De pro-Britse regering van Ecevit begon te wankelen en de verkiezingen van 2002 vonden plaats. Erdogan en zijn partij wonnen en vormden de regering met Amerikaanse steun. Zijn regering keurde het besluit goed om zes nullen af ​​te schaffen en dit besluit werd goedgekeurd door het parlement. Hierdoor was op 01-01-2005 de dollar gelijk aan 1,79 lira. Maar het was nog niet lang opgelost. Sinds 2013 begon de Turkse lira aan een daling. Het heeft een aanzienlijke daling gerealiseerd gedurende negen maanden tot begin 2014, toen het 30% verloor. Tot op de dag van vandaag is de crisis niet gestopt. De Erdogan-regering heeft geprobeerd de achteruitgang te beperken en haar stabiliseren, maar faalde keer op keer. De koers van de lira is een duizelingwekkende achtbaanrit waar de Turkse bevolking misselijk van wordt.

Devaluatie van de lira

Sinds begin 2021 is de lira met ongeveer 45 procent in waarde gedaald ten opzichte van de dollar en sinds eind oktober met ongeveer 30 procent. Dit alles is te wijten aan een hoge schuldenlast, kortlopende schulden en niet-tijdige betaling van opeisbare schulden. Deze factoren spelen een belangrijke rol bij de waardedaling van de lira. Het ministerie van Financiën meldde op 30 september 2021 dat de bruto buitenlandse schuld van Turkije 453,5 miljard dollar bedraagt. De netto buitenlandse schuld was 226,2 miljard dollar. Het verschil komt door de rente die is verdubbeld en de verzekeringen van de leningen. De kortlopende buitenlandse schuld van Turkije, die binnen een jaar moet worden afbetaald, steeg tot ongeveer 170,3 miljard dollar. Al in november en december 2021 moest Turkije 13 miljard dollar aan schulden aflossen. Om de buitenlandse schuld te kunnen betalen, moet men lenen van andere sectoren, en dus blijft de schuldencyclus draaien. Het lijkt erop dat deze kortlopende schulden niet kunnen worden betaald. Bovenal is ook van belang dat deze schulden in vreemde valuta worden betaald. Het schuldafbetalingsplan zet de Turkse economie onder druk.

Adana'da halk ekmek kuyruğu: '3 günde bir geliyorum buraya ama sıra hep  böyle' - 15.12.2021, Sputnik Türkiye
Mensen in de rij voor gesubsidieerd brood

Eind 2021 is door Erdogan een steunprogramma opgezet, waarbij de spaarders worden gestimuleerd om de buitenlandse valuta die ze bezitten, om te wisselen voor Turkse lira’s en in de nationale valuta te sparen. Het steunprogramma houdt in dat de spaarders zullen worden gecompenseerd bij de waardevermindering van de lira. De maatregel moet de extreme dollarisering tegengaan, die de Turkse economie in een neerwaartse spiraal van devaluatie en hyperinflatie dreigt te storten. Het was aanvankelijk alleen van toepassing op particulieren die liradeposito’s hebben met een looptijd van drie tot twaalf maanden. Recent heeft de overheid besloten om ook bedrijven onder de toepassing van het steunprogramma te laten vallen. Dit duidt aan dat er vanuit natuurlijke personen geen voldoende animo is geweest voor dit programma.

Dus als de rente voor een eenjarige liradeposito 14 procent is, maar de munt daalt in dezelfde periode 30 procent ten opzichte van de dollar, dan betaalt de staat het verschil. Erdogan probeert op deze manier de Turken te stimuleren om massaal hun vreemde valuta om te wisselen voor lira’s. Dat kan namelijk helpen om de munt te stutten en de stijgende inflatie, die thans 36% is op jaarbasis, te temmen. Bovendien was een soortgelijk steunprogramma ook geopperd tijdens de valutacrisis in 2018. Maar het was destijds afgeschoten omdat de risico’s te groot waren. Immers, als de waardevermindering op de liradeposito’s moeten worden gecompenseerd, zal het een desastreus effect hebben op de overheidsfinanciën. Ook is het moeilijk om het steunprogramma weer te beëindigen. Het lijkt er daarom dus op dat Erdogan zijn laatste troefkaart wat zijn economische beleid betreft, heeft ingezet.

Dit programma zal leiden tot een sterke toename van de staatsschuld. De dollarisering verschuift in feite van de particuliere sector naar de staat. En die heeft de afgelopen jaren al veel risico’s genomen door buitenlandse schulden van bedrijven over te nemen, en 165 miljard dollar aan buitenlandse reserves van de centrale bank te verbrassen in een mislukte poging de lira te stutten. Het steunprogramma heeft wellicht een acute crisis in de bankensector voorkomen. Het is echter geen structurele oplossing voor de economische problemen. Erdogan is aan een economisch experiment begonnen. Dit experiment is gebaseerd op lage lonen en een zwakke munt, wat de productie, de werkgelegenheid en de export moet stimuleren, waardoor Turkije kan concurreren met de Chinese maakindustrie.

Erdogan dient nog steeds het Amerikaanse beleid in de regio, realiseert zijn belangen en handelt volledig in de Amerikaanse sfeer. Als reactie probeert Amerika Erdogan op verschillende manieren te steunen. Om deze reden hebben Amerikaanse internationale kredietbeoordelaars, zoals Standard & Poor’s, Fitch en Moody’s positieve rapporten over Turkije gepubliceerd. Hiermee laat Amerika zien dat het Erdogan volledig steunt en wilt dat Erdogan de verkiezingen in 2023 wint, daar er momenteel geen sterk alternatief is voor Amerika.

Maar wat is dan eigenlijk de reden van deze volgens de kapitalistische normen onorthodoxe maatregelen? Blijkens de kapitalistische normen zorgt een hoger rentepercentage namelijk voor een lagere inflatie, omdat geld dan meer waard wordt. Er zijn in totaal drie redenen te noemen die Erdogan deze maatregelen doet nemen.

Islamitische achterban

Erdogan is zich bewust van het steeds dalende percentage aan stemmers. Uit de politieke peilingen, voor zover deze betrouwbaar zijn, is gebleken dat momenteel 32% van de stemmers bereid is om in juni 2023 op Erdogan te stemmen. Dit is een daling van ca. 10% ten opzichte van de vorige verkiezingen. Turkije is een land waar een aanzienlijk percentage van de bevolking Moslim is. De mensen hunkeren naar Islam en willen dat op basis van Islamitische wet- en regelgeving wordt geregeerd. Aangezien Erdogan dit weet, speelt hij regelmatig in op deze Islamitische sentimenten. Hij heeft zelfs tijdens zijn toespraak aan zijn partijleden expliciet verwezen naar de nass inzake rente, doelend op het verbod op rente in de Qur’an. Op deze manier probeert hij zijn religieuze achterban aan te spreken. De Moslims dienen echter waakzaam te zijn tegenover zulke uitspraken. Gedurende zijn 20-jarige regeerperiode heeft hij de meeste mensen aan rente gebonden op grond van het feit dat hij islamitisch is. Hij moedigde krediet aan om de groei te kunnen stimuleren. Maar dit alles keerde zich tegen de mensen die zich met kredieten tot consumptie wendden. Hun armoede en ellende namen toe, de rijkdom van de kapitalisten namen toe. Mensen begonnen te klagen en er ontstonden kritische stemmen. De populariteit van Erdogan zakte naar het laagste niveau. Het kapitalistische, seculiere democratische systeem dat momenteel in Turkije wordt toegepast, is de belangrijkste factor in de verspreiding van rente. Immers, rente is een van de belangrijkste pijlers van dit systeem.

De staat, de president en zijn instellingen moedigen mensen aan om te consumeren voor economische groei. Consumptie vereist lenen. Banken daarentegen geven alleen leningen met rente welke verboden is in Islam. Op verzoek van Erdogan zal de verlaging van de beleidsrente door de Centrale Bank van 24 procent naar 19 procent en naar 15 procent in de afgelopen maanden niets veranderen. Met de renteverlaging speelt president Erdogan alleen maar met de gevoelens van moslims. Tijdens de parlementaire fractievergadering van zijn partij op 17 november 2021 zei Erdogan: “Rente is de oorzaak, inflatie is het resultaat. We zullen de plaag van rente uit deze natie verwijderen. We kunnen onze natie zeker niet laten onderdrukken door rente ...”. Er zit volgens Islam geen verschil tussen 24 procent, 19 procent en 15 procent. Zelfs het kleine beetje aan rente is haram. Degenen die rente consumeren of dit faciliteren, verklaren de oorlog aan Allah en Zijn Boodschapper.

MKB-bedrijven

Turkije telt 3,2 miljoen kleine en middelgrote bedrijven, die samen 107 miljard dollar (93 miljard euro) schuld hebben, ofwel een kwart van alle buitenlandse leningen. De pandemie heeft hun financiële problemen verergerd en een deel is failliet gegaan. De renteverhogingen van de vorige directeur van de Turkse centrale bank drukken ook zwaar. Ze leidden weliswaar tot een sterkere lira en dus lagere buitenlandse schulden, maar ook tot hogere kosten.

Erdogan heeft belastingvoordelen beloofd voor 2 miljoen bedrijven met minder dan twintig werknemers. Deze bedrijven staan bekend als esnaf. Zij vormen de ruggengraat van de economie, maar ruim 120.000 ervan hebben vorig jaar faillissement aangevraagd. Bij andere staat het water aan de lippen. Aangezien veel bedrijven maanden dicht waren en geen inkomsten hadden, profiteren ze niet van de belastingkortingen. Erdogan ziet lagere rente als enige andere manier om deze bedrijven te helpen.

De Turkse Unie van Kamers en Beurzen klaagde in de zomer dat de hoge rente het grootste obstakel vormt voor productie en investeringen. Erdogan kan de ondernemersvereniging moeilijk negeren, met zijn 1,2 miljoen leden waaronder veel Anatolische Tijgers. Deze conservatieve zakenlieden uit Centraal- en Zuid-Turkije vormen een belangrijk deel van zijn achterban.

Economisch model

Het economische groeimodel dat Erdogan in stand wil houden, bestaat bij de gratie van lage rente en goedkope leningen. Toen hij in 2002 aan de macht kwam, was Turkije de favoriete opkomende economie van buitenlandse investeerders. In de eerste vijftien jaar van Erdogans bewind stroomde 525 miljard dollar aan buitenlands geld Turkije binnen. Dit wakkerde onstuimige groei aan, die miljoenen mensen uit de armoede hielp en een nieuwe elite creëerde. Wat investeerders aansprak, was dat de president het verstrekkende economische herstelprogramma voortzette dat de vorige regering met financiële steun van het IMF was begonnen. Erdogans AKP voerde een uiterst liberaal economisch beleid, waarbij tientallen inefficiënte staatsbedrijven werden geprivatiseerd en staatsgrond werd verkocht. De bouw profiteerde er het meest van, waardoor de sector is uitgegroeid tot de motor van de economie.

De lage rente veroorzaakte een vastgoedhausse, die de kern vormt van Erdogans systeem van politieke gunsten en inkomsten. Loyale bouwmagnaten kregen lucratieve bouw- en infrastructuurprojecten toegewezen, die ze met goedkope leningen financierden. En vanwege de lage rente op hypotheken kon de bevolking investeren in een huis dat in waarde steeg. Maar bijna 90 procent van het krediet hiervoor kwam uit het buitenland. Nu het tij keert en de geldkraan in het Westen dichtgaat, lijkt dit model niet vol te houden. Door de dramatische val van de lira is het voor Turkse bedrijven moeilijker geworden schulden af te lossen. Erdogans vastberadenheid om de rente verlagen heeft als gevolg dat de lira verder in waarde daalt, wat import van cruciale goederen weer duurder maakt en de inflatie verder aanwakkert.

Verkiezingen 2023

Zoals eerder in het artikel alreeds is aangekaart, heeft Erdogan heel veel stemmen verloren. Hij probeert nu toenadering te zoeken tot de Saadet Partisi die Brits gelieerd is, ondanks dat hij zelf loyaal is aan de Amerikanen. Erdogan is dus bezig aan de laatste van zijn negen levens. Afgezien van de flinke daling van de stemmen, is er ook een formele kant van de verkiesbaarheid van Erdogan.

Laten we eerst beginnen met een onbetwist feit. Artikel 101 lid 2 van de Turkse Grondwet is duidelijk: “De ambtstermijn van de president is vijf jaar. Een persoon kan maximaal twee keer tot president worden gekozen.” Erdogan werd voor het eerst gekozen in 2014 en in 2018 werd hij herkozen. Hij is dus twee keer gekozen. Normaliter is hij blijkens bovengenoemde wet niet herkiesbaar. Anderzijds voorziet artikel 116 lid 3 van de Grondwet in een uitzondering op deze regel: “In de tweede termijn van de president van de republiek kan de president opnieuw kandidaat zijn als het Parlement besluit de verkiezingen te vernieuwen.” Met andere woorden, Erdogan kan bij mogelijke vervroegde verkiezingen weer presidentskandidaat worden.

Voor een dergelijke vervroegde verkiezing moet echter een 3/5e meerderheid van het totale aantal leden van het Parlement beslissen om vervroegde verkiezingen in te stellen. Deze meerderheid komt neer op 360 volksvertegenwoordigers. AKP en MHP halen dit aantal vertegenwoordigers niet. Zij hebben momenteel 339 volksvertegenwoordigers. Daarom zou een van de oppositiepartijen de vervroegde verkiezingen ook moeten steunen.

Er is ook een controversieel aspect van het onderwerp. Dit controversiële aspect richt zich op de vraag of president Erdogan opnieuw kandidaat zal zijn bij de verkiezingen die in 2023 worden gehouden zonder vervroegde verkiezingen in te stellen. In 2017 heeft er een systeemwijziging plaatsgevonden. In Turkije werd tot dan toe een Brits parlementair stelsel toegepast, waarbij de president een symbolische functie had. Omdat Erdogan meer invloed wilde hebben en de Britten sterk waren in het parlementaire stelsel, heeft hij middels een referendum het systeem gewijzigd naar een Amerikaans presidentieel stelsel. In dit stelsel heeft de president veel meer macht en kan hij de staat vormen zoals hij wenst.

De aanhangers van Erdogan beweren het volgende. Hoewel de term “President” behouden bleef met het Grondwettelijk Amendement van 2017, werd de grondwettelijke status van het presidentieel ambt gewijzigd en werd de presidentiële status in overeenstemming gebracht met het presidentiële systeem. Daarom heeft de bepaling “een persoon kan voor maximaal twee keer worden gekozen als president” een nieuwe inhoud gekregen met de wijziging van het stelsel. Aangezien de kalender voor de eerste Turkse Grote Nationale Vergadering en de presidentsverkiezingen begon op 30 april 2018, wordt in overeenstemming met deze bepaling de bepaling “Een persoon kan maximaal twee keer als president worden gekozen” in de nieuwe versie van artikel 101 ook toegepast bij de eerste gezamenlijke verkiezing die op 24 juni 2018 werd gehouden. Daarom worden de verkiezingen van 24 juni 2018 aangemerkt als de eerste presidentsverkiezingen. De eerste gezamenlijke verkiezing die daarna wordt gehouden, is de tweede verkiezing. De presidentsverkiezingen van 2023 zouden dus als de tweede verkiezingen moeten worden gekwalificeerd. Het lijkt erop dat de pro-Erdogan juristen een maas in de wet proberen te vinden om hun leider toch door de verkiezingen van 2023 te loodsen. Wanneer Erdogan besluit om alsnog mee te doen, is er een reëele kans dat de oppositiepartijen een claim zullen neerleggen bij het Constitutioneel Hof. Al is het dan de vraag in hoeverre zij ten nadele van Erdogan kunnen oordelen. Voor Erdogan is het vooralsnog oppassen geblazen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back to top button