De geschiedenis van islam

Van Mali naar de Songhay; de geschiedenis van Islam in West-Afrika (1/3)

De Oemma van Islam is zeer divers, hierover bestaat geen twijfel. De gemeenschap van Islam omvat alle huidskleuren van wit tot zwart en alles wat daartussen zit. Allen geschapen door Allah ﷻ. Onze “Helden van Islam” serie zijn hier een bewijs van en we zien dan ook dat Islam alle hoeken van de wereld heeft bereikt. Toch, als we de meeste mensen zouden vragen wat zij weten over de geschiedenis van Islam in Afrika dan is de kans groot dat dit beperkt is tot de opening van de Maghreb en dan met name de oversteek onder leiding van Tariq bin Ziyaad naar Al-Andaloes en wellicht hebben ze hier en daar wat gehoord over Mansa Moesa.

Dit is vreemd aangezien een substantieel deel van oemma, bijna 20% maar liefst in Sub-Sahara Afrika woont! [https://www.pewresearch.org/fact-tank/2017/04/19/sub-saharan-africa-will-be-home-to-growing-shares-of-the-worlds-christians-and-muslims]. Hoe heeft Islam Sub-Sahara Afrika dan bereikt en wat was hun bijdrage als het gaat om het verheffen van het woord van Allah ﷻ? Deze vraag krijgt m.i. een extra lading als we de tijd waarin we leven ook in beschouwing nemen. Een tijd waarin verdeeldheid en helaas ook racisme onder de oemma een groot probleem is. Wij zijn namelijk sterk beïnvloed geraakt door westerse concepten zoals het nationalisme. In plaats van dat wij onze identiteit en de basis van onze saamhorigheid baseren op de ‘aqieda van Islam; kijkt de Nigeriaan alleen om naar zichzelf en daarna zijn landgenoot ter uitsluiting van de rest, de Marokkaan kijkt alleen om naar zichzelf daarna zijn landgenoot ter uitsluiting van de rest, de Turk kijkt alleen om naar zichzelf daarna zijn landgenoot ter uitsluiting van de rest en ga zo maar door. Een directe contradictie met Islam daar Allah ﷻ heeft gezegd:

يَا أَيُّهَا النَّاسُ إِنَّا خَلَقْنَاكُم مِّن ذَكَرٍ وَأُنثَى وَجَعَلْنَاكُمْ شُعُوبًا وَقَبَائِلَ لِتَعَارَفُوا إِنَّ أَكْرَمَكُمْ عِندَ اللَّهِ أَتْقَاكُمْ إِنَّ اللَّهَ عَلِيمٌ خَبِيرٌ

Soera hoejoeraat: ajaa 13

Ook de profeet ﷺ heeft ons hiervoor gewaarschuwd in meerdere ahaadith:

Degene die ‘asabiyyah (nationalisme/tribalisme) verkondigt, behoort niet tot ons; en degene die vecht omwille van ‘asabiyyah, behoort niet tot ons; en degene die sterft omwille van ‘asabiyyah, behoort niet tot ons

Overgeleverd door Aboe Dawoed op gezag van Djoebayr ibn Moet’im

De Profeet ﷺ legde uit dat ‘asabiyya betekent: het helpen van je eigen mensen in een onrechtvaardige zaak [Overgeleverd door Aboe Daawaoed op gezag van Wathilah ibn al-Asqa’] Er zijn meerdere ahaadith in soortgelijke strekking waarmee het dus duidelijk is vanuit de sjar’a dat wij deze opdeling op basis van ras, etniciteit of stam niet mogen maken en dat het een vreemd concept is. Zoals de profeet ﷺ heeft gezegd: Verlaat het, het is verdorven [Overgeleverd door al-Boekharie & Moeslim].

Om een stimulans te geven aan het Oemma gevoel zullen we de geschiedenis van Islam in Bilaad as-Soedaan (West-Afrika), de Hoorn van Afrika, Soedan en de Swahilikust zo goed als mogelijk uiteen zetten. Het doel is om een goed beeld te krijgen van de geschiedenis van Islam in sub-Sahara Afrika en hoe de ‘aqieda van Islam de harten van de mensen daar heeft geraakt en hen ertoe heeft gedreven om het woord van Allah ﷻ in hun gebieden te verheffen. insha Allah ﷻ zullen wij hierdoor ook in onze harten geraakt worden, of wij nu afkomstig zijn uit Bilaad as Soedan of niet. Omdat de verhalen van de helden die ons voor zijn gegaan en het woord van Allah ﷻ hebben verheven ons allen zouden moeten inspireren! De geschiedenis van Islam in Sub-Sahara Afrika is complex en zeer uitgebreid, om niet teveel in details te verdwalen en een goed beeld te schetsen van de geschiedenis zullen we de geschiedenis behandelen in 4 fases.

Als we het verloop van de geschiedenis van Islam in West-Afrika bestuderen dan is het belangrijk om eerst de situatie te schetsen van de regio vóór Islam, dit is fase 1. In fase 2 beschrijven we hoe koningen in West-Afrika de Islamitische invloeden van de Islamitische kooplui die zich in hun regionen vestigden probeerde te beperken door de moslim en niet-moslims op maatschappelijk vlak van elkaar te segregeren. In de derde fase beschrijven we hoe de Afrikaanse regenten Islam adopteren terwijl zij regeren over een vaak niet-Islamitische meerderheid. Deze fase kenmerkt zich doordat de vroege koningen Islam mixte met de inheemse geloven. In de laatste fase gaan we het hebben over de periode van terugkeer en hervormingen naar de zuivere Islam middels Jihad.

De eerste fase; Bilaad as-Soedan vóór Islam

Een groot deel van de geschiedenis van Islam speelt zich af in de Sahel. Dit is het gebied net ten zuiden van De Sahara. Het landschap is een soort transitie van de dorre woestijn in het Noorden naar de vruchtbare savanne in het zuiden. De Sahel is een landschap bestaande uit semi-aride gebieden, graslanden en steppes. Te midden dit droge en harde landschap vinden we echter een vitale levensader; de rivier de Niger. Waar de Sahel normaal gesproken dor en droog is, is het gebied rondom de Niger bijzonder vruchtbaar. Jaarlijks stromen de oevers van de Niger op bepaalde plekken over waarmee zij het gebied rondom die plekken na de droge periode weer groen doet kleuren. De cultivatie zone (het gebied rondom de rivier waar landbouw mogelijk is) van de Niger is zelfs 5x groter dan dat van de Nijl! De boeren rondom de Niger zijn daardoor in staat om ongeveer de helft van het jaar gewassen zoals rijst, gierst en couscous te verbouwen. In de Tariek al Fatash lezen we: “Mali omvat 400 steden en haar grond is extreem vruchtbaar. Van de koninkrijken van alle soevereinen in de wereld streeft enkel het land van Syrië haar voorbij in schoonheid. Haar inwoners zijn rijk en leven heel goed.”[The Songhai Empire – Africa’s Age of Gold].

De start van een nieuwe beschaving

Volgens de overleveringen waren de Sorko één van de volkeren die een grote rol speelde in het overmeesteren van het gebied. De Sorko, ook bekend als de meesters van het water bouwden nederzettingen aan de rivierbeddingen en vaarden over de rivieren met hun boten gemaakt uit mahoniehout. Zij werkten later samen met een volk genaamd de Gao. Bekwame jagers die in staat waren om nijlpaarden en krokodillen te doden. De Do voegden zich ook toe aan deze confederatie van stammen en zij waren goed in het bedrijven van landbouw in het rivierrijke gebied. De paardrijdende en doorgewinterde Songhay die vanuit het Noorden kwamen sloten zich ook aan. Er ontstond een situatie waarbij verschillende volkeren elk met hun eigen specialiteit wisten te overleven door samen te werken. De rivierboten van de Sorko, de kundige jagers van de Gao, de landbouw van de Do en dit alles ondersteund door de paarden van de Songhay vormde het begin van een samenleving die de Niger als levensader gebruikte. Door samen te werken overmeesterde zij het moeilijk bewoonbare gebied en konden zij zichzelf ruim voorzien in de basisbehoefte. Dit maakte de weg vrij voor voorspoed en ontwikkeling [The Songhai Empire – Africa’s Age of Gold].

De rivier de Niger

Dit brengt ons naar de periode waarin verschillende steden en nederzetting (uiteindelijk honderden) ontstaan in de Midden-Niger regio. Dit had voor een groot deel te maken met klimatologische veranderingen waardoor verschillende West-Afrikaanse volkeren emigreerden naar Midden-Niger. Deze toestroom van verschillen volkeren en culturen zorgde voor een gestage groei van de beschaving waarbij vanaf 800 tot 400 voor Chr. sprake is van de eerste echte stedelijke nederzettingen. Deze nederzettingen ontwikkelden zich tot tot gebieden waarin handel, industrie en landbouw en veeteelt werd bedreven waardoor de bevolking significant groeide en zij waren de beginselen van wat later de beroemde steden Goa, Timboektoe en Jenne zouden worden [African Dominion: A New History of Empire in Early and Medieval West Africa].

Goa; het voorbeeld van staatsschap in Bilaad-as-Soedan

De geschiedenis van Islam in Bilaad-as Soedan wordt vaak verteld door te beginnen met Ghana (Wagadou) daarna Mali, Songhay en afsluitend met het Sokoto Kalifaat. Echter, dienen we de zojuist genoemde regio Gao/Kawkaw niet te vergeten; al ongeveer 3 millennia oud wanneer de eerste geschiedschrijving ons verteld over West-Afrika. al-Ya’qubi schreef in 872: “Het koninkrijk van Kawkaw is de grootste van alle domeinen in de Soedan (West-Afrika), de belangrijkste en de machtigste. Al haar koninkrijken (vazallen met aan het hoofd een (sub)koning) gehoorzamen hun koning. Hij beschrijft in zijn getuigenissen dat Goa/Kawkaw, Kanem (Tjaad) en Ghana (Wagadou) allen belangrijke nederzettingen waren waarvan Goa het belangrijkst. Er waren meerdere Arabische geschiedschrijvers die getuigde van de positie en macht van Goa. Goa had zich dan ook ontwikkelt tot een stadstaat die zijn macht en invloed uitoefende in de Midden-Niger. Het was een belangrijke handelspost met handelsnetwerken die zich uitstrekte richting Ifriqiya, Tripoli en Egypte. Verschillende bronnen beschrijven de import en export van goederen over deze netwerken zoals Ibn Hawqal die de handel over west naar oost beschrijft als hij zegt dat: “Tussen haar uiterste gebied (hiermee wordt Egypte bedoelt) en het land van de Zanj (de zwarte Afrikanen) zijn enorme woestijnen en zandvlaktes gelegen die in vroege tijden werden overgestoken. De routes van Egypte naar Ghana gingen over deze woestijnen en zandvlaktes“. Al-Zoehri beschreef de handel van zuid naar noord: “Karavaans van het land van Egypte en van Waraqlan bereiken Gao, en een aantal van de Magreb via Sijilmassa[African Dominion: A New History of Empire in Early and Medieval West Africa].

Goa was als het ware een soort template geworden voor staatsschap in Bilaad-as Soedan. Dit door millennia van volkeren die met elkaar samenwerkten en stedelijke gebieden die zich kenmerkte met hun eigen specialiteiten en vakmensen. Goa was een hub waar verschillende handels- en migratiestromen doorheen liepen en zij ontwikkelden een manier om dit alles in goede banen te leiden [African Dominion: A New History of Empire in Early and Medieval West Africa] Uiteindelijk heeft Islam hen langzaamaan bereikt door een groeiende interactie en invloed van de moslims die met hen handelde en zich in hun domeinen vestigden. We zullen het voorbeeld van Ghana (Wagadou) behandelen om dit proces van een groeiende Islamitische beïnvloeding te beschrijven. Het is echter belangrijk om te weten dat de invloed van moslims alhoewel deze groeide, beperkt werd door het feit dat de moslims en niet-moslims werden gesegregeerd; dit was de situatie in Wagadou maar gold in veel van de domeinen in West-Afrika.

De tweede fase; een groeiende Islamitische invloed in Wagadou

Wagadou beter bekend als het Ghana Rijk begon rond 300 aan haar opmars toen Kaya Magar Cissé aan de macht kwam. Zijn zoons en kleinzoons hebben zijn beleid voortgezet waarbij zij verschillende andere koninkrijken aan hun domeinen hadden geannexeerd. Rond dezelfde tijd werd de kameel gedomesticeerd en ingezet voor de trans-Saharaanse handel. Dit, in combinatie met haar goudmijnen zorgde ervoor dat Wagadou net als Goa uitgroeide tot een welvarende stadstaat [Big History Project, The Ghana Empire]. De Ghana (de titel van de koning van Wagadou; letterlijk krijger koning) had monopolie over alle goudklompen die uit de goudmijnen kwamen terwijl de mensen alleen goudstof mochten gebruiken ten behoeve van handel. Dit gaf een enorme impuls aan de macht, rijkdom en ontwikkeling van Wagadou. Uiteindelijk groeide zij zich uit tot een belangrijke handelsstad alleen dit keer met handelsrelaties in Sijilmasa (Marokko) en Awdaghast (Mauritanië). Awdaghast was een belangrijke keten in de stroom van zout vanuit Awlil (aan de Atlantische Oceaan). Terwijl Wagadou de spil in het web was voor wat betreft de stroom van goud vanuit haar goudmijnen in Bamboek. Dit maakte zorgde ervoor dat Ghana en Awdaghast afhankelijk van elkaar werden. Ibn Hawqal overleverde dat de koning van Awdaghast betrekking had en relaties onderhield met de heerser van Ghana die de welgezindheid van de koningen van Awdaghast nodig had vanwege de zout en met wie er onafgebroken werd gehandeld gezien de constante komen en gaan van karavaans. Uiteindelijk werd zelfs Awdaghast ingenomen door Wagadou (wanneer is niet zeker) om hun macht over de handelsroutes verder te consolideren. [African Dominion: A New History of Empire in Early and Medieval West Africa]. Zout was in die tijd en in die regio van essentieel belang vandaar de hoge prijs. Het werd namelijk niet alleen gebruikt om eten lekkerder te maken, het werd ook gebruikt om eten langer houdbaar te houden. Zout is daarnaast een belangrijke stof voor het menselijk lichaam en moet aangevuld worden nadat het wordt uitgezweet.

Net zoals in Goa, en Takrur betekende een intensievere handel met de moslims die zich tussen 600-700 in de Maghreb vestigde een sterkere Islamitische invloed. De verspreiding van Islam in West-Afrika ging in eerste instantie hand in hand met de handel. Koningen van diverse gebieden in de regio waren erg geïnteresseerd in wat de moslims te bieden hadden op het gebied van handel; zij waren namelijk de sleutel naar de Mediterraanse handel. Ook raakten zij geïnteresseerd in Islam en wat het met zich meebracht op het gebied van cultuur. Zij begrepen namelijk dat de Islamitische cultuur hetgeen zij nodig hadden om hun domeinen nog verder te vergroten. Dit ging echter niet zomaar en er was sprake van strikte scheiding tussen de moslims die zich in het gebied hadden gevestigd en de inheemse bevolking ten einde de beïnvloeding en botsing tussen de twee culturen te minimaliseren. Al-Bakri beschrijft dat de “stad van Ghana” (hij refereerde waarschijnlijk naar de hoofdstad; Koumbi Saleh) bestond uit twee steden gebouwd op een grote vlakte. De twee steden bestonden uit een deel waar de moslims zich vestigden; met 12 moskeeën beroepsimams en mu’adhins, fuqaha en ‘ulama. En “de stad van de koning”, een stad met daarin gebouwen met koepels als dak, koepelvormige gebouwen en de bossen waar de tovenaars van de mensen in woonden. In die gebouwen plaatsen zij hun afgoden en de grafen van de koningen, maar ook de gevangenissen. De steden lagen op ongeveer 10km afstand van elkaar [African Dominion: A New History of Empire in Early and Medieval West Africa].

Dit was zo opgezet om de mate van beïnvloeding van beide bevolkingsgroepen te minimaliseren en elkaars overtuigingen te respecteren. Echter, was de markt dé plek waar beide groepen frequent met elkaar in contact kwamen. Op politiek gebied begon ook was ook veel interactie met moslims daar het merendeel van de vertalers, ambtenaren en boekhouders van de koning moslims waren. Het in dienst nemen van geletterden moslims die vanwege hun netwerk als brug konden fungeren met de Mediterraanse handel is één van de hoofdredenen geweest waardoor Wagadou kon uitgroeien tot een regionale macht. Zij konden hun domeinen effectiever regeren en managen omdat zij nu een administratie konden bijhouden. Hoe zij dit precies hadden ingericht is helaas niet erg duidelijk. Maar het feit dat zij belasting hieven, militaire expedities uitvoerden en rechtspraken getuigd in ieder geval van een gestructureerd staatsbestel. Echter, ondanks dit alles duurde het nog even voordat Wagadou Islamitisch werd [African Dominion: A New History of Empire in Early and Medieval West Africa]. De staatsgodsdienst bleef desondanks nog altijd Wagadou Bida (Het geestes serpent) [Early Nigerian History, Dr Catel].

West-Afrika met daarin aangegeven; Wagadou of het Ghana Rijk t.o.v. hedendaags Ghana

Aan het begin van de 11e eeuw begint er verandering te komen nadat Warjabi bin Rabis de koning van Takrur bekeerd tot Islam. Alleen bleef het niet bij enkel bekeren, hij implementeerde sharia ook echt in zijn domein en werd daarmee de eerste regent in de regio die zoals de schriftgeleerden zeggen orthodoxe Islam aanhing en uitdroeg. Takrur was ook een van de opkomende stadstaten en werd steeds meer een rivaal van Wagadou. Hoe heeft de omslag van de Takrur en de jihad ertoe geleid dat ook zij een machtige stadstaat in de regio werden en hun macht en invloed projecteerde in de regio. Zij kregen uiteindelijk de controle over de handel van Awlil naar de grens met Wagadou. De rivaliteit tussen de twee stadstaten alsook het feit dat Takrur orthodox Islamitisch was en Wagadou traditioneel leidde een aantal keer tot een gewapend conflict [Muslim Societies in African History]. Het waren uiteindelijk de Almoraviden die de val van Wagadou hebben veroorzaakt. De Almoraviden een verbastering van (Al-Murabitun) waren een coalitie van Sanhaja Berbers (Lamtuma, Massufa, Banu Warith en Goedala) die streden voor een correcte implementatie van Islam. Zij lanceerden een aantal militaire campagnes waaronder ook in Bilaad as-Soedan wat uiteindelijk culmineerden tot gewapende strijd met Wagadou. In 1054 namen zij Awdaghast en in 1076 lanceerde zij een militaire campagne tegen Wagadou. De bronnen verschillen in wat er toen gebeurde, sommigen zeggen dat de Almoraviden Wagadou hadden verslagen terwijl de meeste zeggen dat de campagne niet tot een beslissende overwinning heeft geleid, maar doordat deze 10 jaar duurde en het oude regime van Wagadou viel. Het is in deze periode dat ook de mensen van Wagadou massaal bekeerden waardoor Wagadou uiteindelijk ook op staatsniveau Islamitisch werd, alhoewel niet krachtig als in Takrur. Al met al, kromp de macht en invloed van Wagadou in en zij werden uiteindelijk overmeesterd door de Sosso onder leiding van hun koning Soumaoro Kanté. naast Wagadou veroverde hij de naastgelegen regio’s waaronder de Mandinka (wat nu Mali is)[African Dominion: A New History of Empire in Early and Medieval West Africa]. Dit is het begin van een andere beroemde dynastie of koninkrijk in Bilaad as-Soedan; Mali. Dit is ook meteen waar we naar de volgende fase gaan van de verspreiding van Islam in Bilaad as-Soedan omdat Islam in Mali namelijk de fase waarin koningen die moslim zijn regeren over hun niet-Islamitische onderdanen. Uiteraard was dit voor een deel het geval in Takrur, alleen zien we het spanningsveld dat deze kwestie met zich meebrengt het duidelijkst in het Mali Rijk.

De derde fase; het spanningsveld tussen een Islamitische heerser en de inheems tradities.

Zoals ik al een aantal keer heb gedaan is het ook hier belangrijk om eerst een beetje context te scheppen alvorens we de opkomst van het Mali Rijk kunnen beschrijven. Zoals ik net heb beschreven was er een uitvoerige handel ontstaan waarin bepaalde stadstaten hun goederen verkochten die uiteindelijk tot in de Mediterraanse handel terechtkwamen. Het waren de handelaren die deze handelsnetwerken opzetten vanuit de Midden-Niger. Deze lijnen liepen naar het noorden zoals we net hebben besproken, maar liepen ook naar het bosrijke gebied van de Guinese kust. De Juula zijn hierin een belangrijke schakel geweest zij waren moslim en waren betrokken in de goudhandel als ook de handel in Kola noten, helemaal tot in het begin van de 20e eeuw! Er was een behoorlijke wereldwijde vraag naar goud en West-Afrika werd daar een hoofdleverancier van en de Juula waren betrokken bij de handel van goud van de Boure en niet Bamboek; de goudmijnen waar Wagadou haar goud uit haalde [The History of Islam in Africa].

Een overzicht van de handelsroutes van Bilaad-as-Soedan naar het Midden-Oosten en de Mediterraanse gebieden

Tegen de 15e eeuw hadden ze een erg lucratieve goudhandel opgezet en waren zij de eerste schakel in een handelsnetwerk die zich Europa het Midden-Oosten en daar voorbij bereikte. De Juula stam handelde, maar niet iedereen in de Juula stam was handelaar. Sommigen waren boer of vakman of geleerde en zij vestigden zich in verschillende gebieden en trouwde zich regelmatig in, in de lokale stammen. Dit was zo prominent dat er gemeenschappen van Juula ontstonden in domeinen, die door de ‘oelama als Dar Al Harb werden bestempeld, waar de lokale koning iemand vanuit de moslims aanstelde om als rechter te fungeren tussen de moslims op basis van Islam. Onder leiding van wat de oriëntalisten het Suwarisme noemden, vernoemd naar Al-Hajj Salim Suwari brachten zij Islam over waar zij kwamen. Suwari die de Hajj meerdere keren had verricht bracht zij tijd door in de centrale landen van de Moslims om de dien goed te leren en liet een aantal principes na die de Juula tot op de dag van vandaag beïnvloeden. Zij stelden een soort curriculum op waarin zij de Tafsir van Jalalayn, de Muwatta en de Shifa fie ta’rief hoeqoeq al-Moestafa bestudeerden. Zij waren het die het gesprek aangingen met de lokale heerser die vervolgens de eerste ontvangers waren van de Islamitische beïnvloeding. Zij leefden onder een niet-moslim koning en zij prezen de moslims over het algemeen daar zij de inzet van moslims aan hun hof die geletterd waren goed konden gebruiken zoals hiervoor al is vermeld. Dit zorgde er dan ook voor dat de aristocratie moslim werd, in het begin nominaal en daarna vanuit overtuiging, dit wordt zo dadelijk besproken, maar de gewone bevolking nog niet. De vroegere koningen die of zij nu nominaal of overtuigde moslims waren hadden moeite om de oude religie effectief uit te bannen, sommigen mixte de twee zelfs wat leidde tot problematische situaties. Wat er gebeurde is dat zij hun zonen naar ‘oelama stuurden als onderdeel van hun opleiding. Zij deden dit niet omdat zij wilden dat hun zonen moslim zouden worden, maar uiteindelijk raakten zij overtuigd waardoor wij heersers kregen zoals Mansa Musa van Mali en Askiya Muhammad van Songhay. Maar ook zij waren niet in staat om de oude gebruiken effectief te verbannen. Nu we de context van de verspreiding van Islam in iets meer detail uit een hebben gezet kunnen we over tot het behandelen van de opkomst van Mali [History of Islam in Africa].

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button