De geschiedenis van islam

Iskilipli Mehmet Atif Hoca, slachtoffer van het laïcisme

In onze reeks over de helden die de Islamitische geschiedenis heeft gekend, gaan we in dit artikel in op een held die weerstand bood tegen het laïcistische regime en gedachtegoed in Turkije. Dit regime kwam in de plaats van de Islamitische Khilafah Staat. Dat hetgeen in de plaats is gekomen van de Islamitische Khilafah Staat, iets is wat in strijd is met de Islamitische wet- en regelgeving, moge duidelijk zijn. Dit regeersysteem heeft namelijk het systeem van onze Profeet (saw) vervangen door een seculier gedachtegoed, waarbij religie compleet werd gescheiden van de staat, hetgeen pertinent in strijd is met Islam. Men zou dit onder geen enkele omstandigheid kunnen goedpraten. Na dit artikel gelezen te hebben, zal de lezer bovendien inzien hoe onrechtvaardig en illegitiem het handelen van dit regime was.

Het vernietigen van de Islamitische ideeën en emoties van de mensen was een heel lang proces. Missionarissen werden opgeleid en gestuurd naar de Moslimlanden door de Britten, Fransen en Amerikanen met als doel het indoctrineren van de Moslims met nationalistische en seculiere ideeën. Niet alleen missionarissen hebben geprobeerd om de Ottomaanse Staat te vernietigen. Ook mensen die zich voordeden als Moslims hebben hun stinkende best gedaan om deze kwade daad te verwezenlijken. Alhamdulillah zijn er te allen tijde Moslims geweest die standvastig waren bij het proberen te behouden van de Deen en hiervoor zelfs hun leven hebben opgeofferd.

“Atatürk, de grondlegger van deze Republiek heeft met de steun van de Britten er alles aan gedaan om alles wat gerelateerd kan worden aan Islam, permanent uit het leven van de Moslims te verwijderen.”

Op 3 maart 1924 werd de Khilafah Staat officieel ontbonden en vervangen door de Turkse Republiek. Atatürk, de grondlegger van deze Republiek heeft met de steun van de Britten er alles aan gedaan om alles wat gerelateerd kan worden aan Islam, permanent uit het leven van de Moslims te verwijderen. Of het nu de afschaffing is van het Arabisch schrift of het vermoorden van de geleerden, de erfgenamen van onze Profeet (saw). Een van deze geleerden was Iskilipli Mehmet Atif Hoca.

Alles begon op een vroege ochtend, toen de politie bij hem thuis aankwam. Zijn vrouw deed de deur open en zei tegen Mehmet Atif Hoca dat er iemand om hem vroeg. Toen hij naar beneden kwam, nodige hij de politieagenten uit om naar binnen te komen. Hij was totaal niet bang, want de eminente geleerde had niets te verbergen. Sterker nog, hij vroeg zijn vrouw om koffie klaar te maken voor de agenten. Daarentegen waren de agenten niet zo goedhartig als Mehmet Atif Hoca. Wat wel nog een ‘lichtpuntje’ was, was dat ze hem op een gastvrije manier naar het politiebureau ‘uitnodigden’. Hij werd daar ondervraagd en vervolgens op de boot gezet om in Giresun berecht te worden door de İstiklal Mahkemesi, een Onafhankelijkheidstribunaal dat werd opgericht in 1920 door de Republikeinen om mensen te vervolgen die zich tegen de Turkse Republiek hadden gekeerd.  Met andere woorden, tribunalen met als doel het berechten van onschuldige Moslims.

Eenmaal in Giresun werd hij eveneens ondervraagd door het tribunaal. Het zou gaan om een paar jaar geleden door hem geschreven boek over ‘De imitatie van de Franken en de Hoed’. Dit boek had Mehmet Atif Hoca geschreven om uiteen te zetten dat het toegestaan en zelfs handig is om kennis en wetenschap over te nemen van de Franken, oftewel de Europeanen. Echter, wat in Turkije gebeurde, was dat de Republikeinen wilden dat men klakkeloos alles overnam en de Europeanen op alle vlakken imiteerden, zonder de Islamitische regels in acht te nemen. Dit onnadenkend imiteren van de Europeanen in alle aspecten van het leven, is volgens hem verboden. De hadith die hieraan ten grondslag lag, was:

مَنْ تَشَبَّهَ بِقَوْمٍ فَهُوَ مِنْهُمْ

“Wie een volk imiteert behoort tot hen.”

Abu Dawud

Het ging zelfs zo ver dat een Fezverbod werd ingevoerd en mensen, zowel burgers als ambtenaren, werden gedwongen, om een hoed te dragen. Velen vroegen zich af of het Europese hoofddeksel wel toegestaan was volgens de wetten van de islam, en richtten zich tot de religieuze autoriteiten voor een oordeel over het dragen ervan. Ook in de praktijk bleek een hoed een probleem voor moslims, want vanwege de brede rand konden ze niet met hun voorhoofd de grond raken tijdens gebeden. De moslims wilden echter niets met de hoed te maken hebben. Vooral op het platteland riepen imams dat de fez het traditionele hoofddeksel van moslims was en dat een verbod op de fez een verbod op de Islam inhield. Op de dag dat de hoedenwet van kracht werd, droegen veel Moslims uit protest een fez. In de meeste gevallen werd het hoofddeksel slechts geconfisqueerd, maar her en der werden sommige burgers gearresteerd en kregen twee tot zes maanden cel, zoals de wet voorschreef. Op een aantal plaatsen verliep de overgang naar de hoed zeer onrustig, en in de grote steden maakten de rechters van Atatürk overuren. Als gevolg van deze rellen moest men een zondebok vinden. Uiteraard kon dat een geleerde zijn die over deze kwestie had geschreven. Hierbij dient opgemerkt te worden dat Mehmet Atif Hoca het boek over het imiteren van de Franken twee jaar voor de invoering van de hoedenwet had geschreven en gepubliceerd.

“Een saillant detail is dat de hoedenwet tot op de dag van vandaag nog steeds niet is afgeschaft. In Turkije wordt al die jaren een gedoogbeleid gehanteerd ten aanzien van deze plicht.”

Het leek erop dat de Onafhankelijkheidsrechtbank in Giresun niet genoeg lef had om een doodsvonnis te vellen. Sterker nog, de voorzitter van de rechtbank gaf aan dat ze de geleerde voor niets hebben laten overbrengen naar Giresun, daar hem niets valt te verwijten. Nadat ze waren teruggekeerd naar Istanbul, werd Atif Hoca onmiddellijk overgeplaatst naar Ankara om aldaar berecht te worden. Ankara werd een aantal jaar hiervoor door de Turkse Republiek uitgeroepen tot de hoofdstad en was dus de hol van het laïcisme. Men zou dus niet heel verwachtingsvol moeten zijn om daar als Moslim berecht te worden. Dit zal ook blijken aan het eind van het artikel.

Ondanks dat Mehmet Atif Hoca door de rechtbank in Giresun onschuldig was geacht, moest hij wederom voor de rechter verschijnen. Heel dit toneelspel was eigenlijk van tevoren ingestudeerd om hoe dan ook een onschuldige geleerde te berechten. Mehmet Atif Hoca was niet de enige verdachte in kwestie. Er waren meerdere Moslimgeleerden die samen met hem moesten worden berecht. Allen werden ondervraagd door de rechter en continu werd gevraagd om het boek dat werd geschreven door Mehmet Atif Hoca. Boekhandelaren werden eveneens ondervraagd. Echter, de rechtbank kreeg elke keer nul op het rekest en waren niet tevreden met de gegeven antwoorden. Elke verdachte gaf namelijk aan dat ófwel na de invoering van de hoedenwet de laatste exemplaren niet meer hadden verkocht ófwel dat ze de laatste exemplaren twee jaar geleden, meteen na de publicatie van het boek, hadden verkocht. Bovendien had Mehmet Atif Hoca, vooraleer het boek gedrukt werd, alle benodigde vergunningen en toestemmingen gekregen van de bevoegde instanties. Desalniettemin ging de rechtbank door met het ondervragen van de verdachten over het desbetreffende boek, maar tevergeefs. Het doorvragen constant door en de voorzitter werd woedend omdat hij niet de antwoorden kreeg die hij hoopte krijgen. De aanwezigen dachten dat de voorzitter bijna zou zeggen: Ík heb gezien dat jouw boek werd verkocht en gelezen. De openbare aanklager eiste voor Babaeski Ali Riza Hoca de doodstraf en voor Iskilipli Mehmet Atif Hoca een celstraf van minimaal 3 jaar. Hierna werd de zitting geschorst tot de volgende dag.

Uiteindelijk zou de laatste zitting worden gehouden teneinde een vonnis te vellen. De nacht ervoor pakte Mehmet Atif Hoca pen en papier en begon zijn pleidooi voor te bereiden. Zijn celgenoot vertelt later wat er die nacht plaatsvond. Tijdens het schrijven viel Mehmet Atif Hoca in slaap en zag zogezegd Allah (swt) in zijn droom. Een stem vroeg aan hem waarom hij een pleidooi aan het opstellen was. Wilde hij niet naar Hem (swt) terugkeren? Hierop werd hij wakker en scheurde hij zijn pleidooi in stukken. De volgende dag bij zijn terechtzitting werd, alsof dat nog zou meewegen bij diens oordeel, door de rechter gevraagd hoe hij zich wilde verdedigen. Mehmet Atif Hoca gaf aan dat hij niets had gedaan en omdat hij schuldig was, was er geen reden om zich te verdedigen. De rechtbank oordeelde dat Babaeski Ali Riza Efendi en Iskilipli Mehmet Atif Hoca in het openbaar moesten worden geëxecuteerd, waarna de volgende dag een zwarte dag in de geschiedenis werd.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back to top button