Het islamitisch fundament

De zoektocht naar geloof is natuurlijk en rationeel

Vandaag de dag wordt, zeker in Nederland, geloof vaak gezien als iets van vroeger. Voor mensen die niet met de tijd zijn mee gegaan of de wereld om hen heen niet kunnen begrijpen. Mensen die toch geloven zouden zo maar vasthouden verhalen van vroeger of landen van herkomst, zonder open te staan voor (nieuwe) inzichten op basis van wetenschap en de hedendaagse realiteit. Veelal is men dan in de veronderstelling dat geloof in gaat tegen wetenschap en moderniteit. Dat iemand zich bezighoudt met de reden achter zijn bestaan en wat er buiten het huidige bestaan is wordt vaak als onnozel of tijdverspilling gezien, het zou er om gaan het maximale uit het hier en nu te halen. Ondertussen is de wetenschap nog bezig uit te vogelen wat er verder wel of niet is, maar dat doet er eigenlijk niet zo veel toe.

Als we in de geschiedenis terugkijken zien we dat de mens eigenlijk altijd wel ergens in heeft geloofd en dat de tijden waarin mensen claimen nergens in te geloven op het geheel zeer beperkt waren en van kleine invloed. Dus is het een terechte vraag of het natuurlijk en rationeel is voor de mens om op zoek te gaan naar een (juist) geloof. Geloof is immers iets wat de mens wereldwijd door alle tijden heen kenmerkt en waar ook mensen die zich ongelovig noemen van aangeven dat het effect op de mens erg groot is.

Het is de natuur van de mens om zich af te vragen waar iets vandaan komt, wat het hier doet en waar het mogelijk naar toe gaat. Neem een praktisch voorbeeld voor verschillende mensen; een PlayStation voor een kind of tiener en bijvoorbeeld een sportauto of duur schilderij voor een volwassene. Wanneer de persoon een dergelijk voorwerp aantreft in zijn of haar huis zal direct de vraag opkomen waar dit voorwerp vandaan is gekomen. Wie heeft het hier gebracht? Vervolgens komt al snel de vraag ‘wat doet het hier’? Dus mag ik deze PlayStation, sportauto of ander voorwerp gebruiken en zo ja wat kan en mag ik er mee doen? Met als automatisch gevolg dat de derde vraag opkomt; waar gaat het (hierna) naartoe? Als ik het dan mag gebruiken, is dat dan voor een bepaalde periode en als ik er op enig moment weer afstand van moet doen, kunnen er dan gevolgen voor mij zijn?

In het voorbeeld van de PlayStation; hebben mijn ouders mij deze als verassing gegeven, of mijn grootouders? Is iemand het vergeten of is het een pakketje voor de buren? Allerlei mogelijke opties welke de persoon zich zal afvragen, want het raakt hem direct en wat hij met deze PlayStation kan doen. Want dat is na het beantwoorden van de eerste vraag direct de volgende vraag, afhankelijk van hoe de eerste vraag beantwoordt is zal de persoon op zoek gaan naar antwoorden over hoe hij de PlayStation mag gebruiken. Als hij hem mag gebruiken, mag hij deze dan alleen gebruiken of moet hij hem delen met bijvoorbeeld broers en zussen, mag hij aanpassingen aanbrengen en kan hij er bijvoorbeeld een spelabonnement bij gebruiken? Waarna de vraag opkomt of hij deze mag houden of dat hij enkel voor een bepaalde periode is. En wat als het voor een bepaalde periode is of hij gaat bijvoorbeeld stuk, wat zijn dan de consequenties voor hem als hij er niet goed mee omgegaan is?

Stuk voor stuk natuurlijke vragen voor de mens welke een ieder zich automatisch afvraagt bij allerlei zaken in het dagelijkse leven. Dit zijn enkele voorbeelden, maar de voorbeelden zijn legio, zo zal iemand die een fikse deuk ontdekt in zijn of haar auto zich afvragen wie dit heeft veroorzaakt, hoe erg het is en wat er nu aan te doen valt. Of een dierbare die niet blijkt te zijn waar men diegene verwacht, hoe heeft dit kunnen gebeuren, waar is die dierbare en hoe kan men alsnog bij de dierbare geraken?

Zodoende kunnen we vaststellen dat het natuurlijk is voor de mens om zich af te vragen waar iets vandaan komt, waarvoor het er is en waar het naar toe gaat. De meest voorname vraag voor de mens is dan waar hij zelf vandaan komt, wat hij hier in dit bestaan doet en of er nog een bestaan daarna is. Zoveel gebeurtenissen zijn er die een persoon hierover laten nadenken en afhankelijk van factoren als zijn eigen ideeën en de omgeving gaat de persoon hierop in. Gebeurtenissen als een geboorte of dood, vreugdevolle of juist traumatische ervaringen, geschillen, eenzaamheid, etc. Waarom gebeurt dit, wie of wat brengt dit te weeg, hoe moeten we er mee om gaan? Wat is goed en wat is slecht en is er nog een (verdere) vorm van rechtvaardigheid na dit leven? Dit en vele andere vragen spelen bij ieder mens waar dan ook ter wereld. Dus de zoektocht naar de zin van dit leven, het doel en wat de juist invulling ervan zou kunnen zijn is natuurlijk voor de mens en alles behalve onnozel of tijdverspilling. Daarom zien we als een natuurlijke eigenschap van de mens dat deze zich afvraagt waar hij vandaan komt, wat hij hier doet en waar hij naar toe gaat, en als gevolgd van het beantwoorden van die vraag ergens in geloofd.

Hierbij komt vervolgens een twee aspect kijken; is het enkel natuurlijk of vanzelfsprekend dat de mens zich deze vragen stelt of is het ook rationeel?

Het is eigenlijk letterlijk van levensbelang, want het is bepalend voor de invulling van het gehele leven en zelfs wat er mogelijk buiten dit leven nog is. Als er niets voor dit leven en al het ander waarneembare is, dan heeft dat een direct gevolg voor de mens, gezien er dan niet iets is wat de mens hier heeft gebracht en mogelijk bepaalde verwachtingen van hem of haar heeft in dit leven. Als deze verwachtingen er inderdaad zijn, is er mogelijk na de dood ook een verantwoording voor hetgeen de mens heeft gedaan in het leven. Feitelijk bekeken zijn deze de drie vragen ‘waar kom ik vandaan, wat doe ik hier en waar ga ik naar toe?’ het grootste vraagstuk in het leven van de mens, wat de basis vormt voor alle andere vraagstukken in het leven.

Alle vraagstukken waar de mens tegen aanloopt in het leven vergen een antwoord; of het nu gaat waarom moeilijke tijden voorkomen, hoe mensen moeten samenleven, wat vriendschap inhoudt of allerlei andere vraagstukken. Deze vragen kan de mens zelf proberen te beantwoorden, maar door de beperkte mogelijkheden hiertoe is de mens al snel geneigd te zoeken naar iets wat hier meer capabel toe is. Iets wat beter kan bepalen wat goed is en wat fout is, en daarvoor meer weet van de mens en de materie om hem heen, hoe de verschillende relaties die een mens heeft het beste ingevuld kunnen worden en wat het doel achter dit alles is. Een beoordeling van de kwaliteiten van de mens om het leven en de samenleving in te richten, als ook de praktische gevolgen in de realiteit daarvan, maken het niet meer dan rationeel om te onderzoeken of er iets buiten de mens is die dit beter kan dan de mens zelf. Dit is ook wat de natuurlijke neiging van de mens is, deze gaat instinctief op zoek naar iets wat hem kan helpen in het beantwoorden van de verschillende levensvragen.

Zodoende kunnen we concluderen dat het ook rationeel is om te onderzoeken of er een juist geloof is voor de mens. Dit ten eerste gezien het grote belang en effect van de fundamentele vragen die een geloof beantwoordt voor het leven van de mens en een mogelijk volgend leven, ten tweede gezien de natuur van de mens het individu hiertoe aanzet en ten derde gezien een beoordeling van de realiteit de mens doet inzien dat hij behoeftig is aan iets of iemand welke capabeler is om het leven in te richten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back to top button