Het islamitisch perspectief

De (her)opkomst van het Middenrijk (1/3)

De opkomst van China is een fenomeen waar ik mee ben opgegroeid. Als kleine jongen heb ik altijd meegekregen dat China een arm land was. Het was het land waar enorm veel mensen woonden en goede spullen werden gefabriceerd. In de loop van mijn tienerjaren veranderde dit beeld naar een land dat uit de armoede begon te kruipen. Het was nog steeds het land waar de goedkope spullen vandaan komen, maar het was duidelijk dat China serieuzer werd genomen op geopolitiek vlak. Toen ik begon te studeren en lessen kreeg in trends in internationale betrekking was Xi Jiping net aan de macht gekomen. Het was alsof het aantreden van Xi als President van de Volksrepubliek China the point of no return was voor wat betreft de opkomst van China. Het was duidelijk dat de voorspellingen die in voorgaande jaren langzaam werkelijkheid zijn geworden. China is inmiddels een belangrijke speler geworden op het geopolitieke speelveld, dusdanig dat China door Amerika wordt gezien dé rivaal die een bedreiging vormt voor hun dominante positie in de wereld. Het is daarom belangrijk als moslim oemma om op de hoogte te zijn van deze ontwikkelingen en dus ook de opkomst van China. Wij zijn namelijk gebonden aan de hoekm van Allah (SWT) als wij als moslims die hoekm willen toepassen dan moeten wij 2 zaken goed begrijpen:

  1. De realiteit om ons heen wat gebeurt er, waarom gebeurt het en hoe gebeurt het?
  2. Welke handeling of houding is vereist gezien deze realiteit vanuit de Islamitische bronnen?

Kortom, het is een noodzakelijkheid voor ons als moslims om op de hoogte te zijn van binnen- en buitenlandse politiek teneinde de hoekm Allah (SWT) zo goed mogelijk uit te kunnen voeren. Dit artikel is een poging om de opkomst van China zo goed en zo duidelijk mogelijk te beschrijven om zoveel mogelijk bewustzijn te creëren. Het is ook een herinnering om na te denken over de houding die wij dienen aan te nemen in het licht van deze ontwikkelingen. Voor de structuur van dit artikel hebben we ervoor gekozen om China, van het verleden tot het heden, op te splitsen in 4 transitiefases:

  1. Transitie #1: waar begon de Chinese beschaving, hoe ontwikkelde zij zich tot een dynastie en hoe werden zij uiteindelijk de Volksrepubliek China?
  2. Transitie #2: hoe ontwikkelde de Maoïstische Volksrepubliek zich en hoe heeft dit geleid tot omschakeling van Maoïsme naar Socialisme met Chinese karakteristieken?
  3. Transitie #3: beschrijft hoe de architect van modern China Deng Xiaoping het fundament heeft gelegd voor haar huidige leiders
  4. Transitie #4: is de huidige tijd waarin de macht van China onder leiding van Xi Jinping steeds groter wordt en het hoogstwaarschijnlijk niet lang meer zal duren voordat zij ook volledig meedoet op het geopolitieke speelveld.

De eerste tranistie; van Tianxi naar de Volksrepubliek China

De Chinese beschaving is naar verluidt begonnen bij de legendarische Yu de Grote van de Xia dynastie. Deze dynastie regeerde van 2070 tot 1600 voor de Christelijke jaartelling. En werd opgevolgd door meerdere andere dynastieën door de jaren heen. Deze periode kenmerkt zich door dynastieën die opkwamen, zich ontwikkelde, andere overwonnen en uiteindelijk in verval raakten. Het was pas na het tijdperk van strijdende staten dat de Qin-dynastie de andere dynastieën overwon en een groot deel van het huidige China onder hun bewind wist te brengen in 221 voor de christelijke jaartelling. Het oude Chinese concept van tianxi (allen onder één hemel) werd op een grote geografische schaal toegepast. Tianxi refereert naar het idee dat de wereld vanuit het mandaat des hemels is toegekend aan een Chinese heerser. Het is een wereldvisie waarbij het midden van de wereld het gebied dat onder het directe bestuur van de Chinese valt is. Daarbuiten is het domein van de barbaren waarbij de barbaren die worden beïnvloed door de Chinese het meest beschaafd zijn en de barbaren die leven buiten de invloed van de Chinese beschaving absolute barbaren zijn. Tianxi werd door keizer Qin Shi Huang toegepast om de rivaliserende staten te overwinnen en Chinese domein onder één gezag te brengen. De Qin-dynastie voer het legalisme in, dit idee afkomstig van de filosoof Han Fei Tzu kenmerkt zich door strenge wet- en regelgeving. Het gaat er van uit dat mensen slecht zijn en dat de staat middels strenge wet-en regelgeving controle kan houden en de harmonie binnen de staat kan behouden. Het bewind van de Qin-dynastie duurde echter niet lang vooral omdat het strenge legalisme als onderdrukking werd ervaren. Na slechts 15 waren het de Han die uiteindelijk de macht in handen kregen en 400 jaar regeerden. Deze 400 jaar wordt als gouden eeuw gezien binnen de Chinese geschiedenis. De Han hebben dan ook hun stempel hebben gedrukt als het gaat om dehuidige Chinese beschaving. Het leeuwendeel van de Chinezen identificeren zich als Han, de Sinitische taal wordt Han genoemd en hun schrift noemt men de Han karakters. Een ander belangrijke aspect van de vorming van hun beschaving en identiteit is het Confucianisme oftewel de Chinese filosoof Confucius (een verbastering van Kong Fuzi, of meester Kong). Waar het legalisme uitgaat van het slechte van de mens gaat Confucianisme uit van het goede van de mens. Door kennis en educatie kan een mens het beste uit zichzelf halen en een vruchtvol persoon worden. De Han hechtte zoveel waarde aan zijn leerstelling dat ambtenaren van de staat hierin examen moeten afleggen alvorens zij in dienst konden treden als ambtenaar.

De invloed van Confucianisme op staatsbestuur

Confucianisme is een humanistische filosofie die zich dan ook richt op familie en sociale harmonie. Confucius noemde zichzelf als de doorgever van de culturele normen en waarde van de Xia. Het Confucianisme gaat uit van het idee dat mensen inherent goed zijn en dat zij perfectie kunnen nastreven door zelf-cultivatie. De ideeën vanuit het Confucianisme werden toegepast als idee van waaruit men ook het staatbestuur regelde. Het idee is dat om anderen te reguleren een persoon eerst zichzelf moet reguleren. Als de koning een virtuoos persoon is dan zal zijn virtuositeit doorwerken in de rest van zijn koninkrijk. De koning heeft het Mandaat des Hemels hij dient daarom gehoorzaamd te worden als de centrale autoriteit, maar wel zolang de koning stabiliteit en orde weet te bewerkstelligen. Indien dit niet het geval is vervalt het Mandaat des Hemels. Een ander aspect van Confucianisme en hoe dit doorwerkt op het staatbestuur is meritocratie. Dit idee wordt Confucius als volgt uitgelegd: Een virtuose van lage stand die zijn eigenschappen cultiveert zou een heer kunnen zijn, terwijl de schaamteloze zoon van de koning slechts een insignificante man is. Het komt erop neer dat ieder individu een hoge positie binnen de samenleving kon verkrijgen op basis van zijn kennis en kunde. Dit is een heel ander idee dan het idee dat iemand geboren moet zijn in een bepaalde rang of stand. Uiteindelijk heeft dit meritocratie ertoe geleid dat ambtenaren in spé werden onderworpen aan een Rijks Examinering om hen te toetsen op hun kennis van hun taal en o.a. de leer van Confucius.

Het mandaat des Hemels is nog steeds een term die gebruikt worden in de hedendaagse Chinese politiek en dit is wellicht waarom de CCP zo gebrand is op orde en stabiliteit. Ook meritocratie is een idee dat vandaag de dag nog steeds geldt. Sterker nog, het is een idee die de Chinezen met trots beginnen uit te dragen. Om bij de CCP te komen wordt men niet net als vroeger geëxamineerd op de leer van Confucius, maar moet men bij de top horen van hun respectievelijke universiteit om een goede kans te maken.

Een wereldvisie vanuit “Tianxia”

Letterlijk betekent het allen onder één hemel en de term is reeds voorbijgekomen bij ons uitleg van hoe de Qin-dynasty de 7 rivaliserende staten onder hun beleid heeft gebracht. Maar de term vormt ook de basis voor de wereldvisie van de Chinezen. Zij deelde de wereld op in 4 kwartieren en 10000 staten. De eerste term refereert naar de de territoria waar de Han Chinezen over regeren met aan de randen van dat gebied niet-Han stammen. De tweede term refereert naar de territoria en de onderdanen die erin verblijven met onderscheid tussen de Han en de Barbaren. Effectief gezien staan de Chinezen en hun beschaving in het midden buiten hun territorium leven de Barbaren. Echter sommigen Barbaren zijn meer beschaafd dan anderen. De Barbaren die de Chinese cultuur hadden overgenomen, landen zoals o.a. Korea, Vietnam en Japan werden als minder barbaars gezien dan de volkeren die dat niet hadden gedaan. Het tributair systeem van China is een ander voorbeeld van hun wereldvisie, als een staat enige vorm van diplomatieke betrekking met China wenste te voeren dan werd er van deze staten verwacht dat zij op afspraak een gezant zouden sturen en deze zou de kowtow (effectief gezien soejoed) uitvoeren voor de Chinese keizer als een teken een soort eerbetoon en erkenning van hun superioriteit. En natuurlijk kennen we de Chinese muur, een muur die teruggaat vóór de keizerlijke dynastieën maar door hen verder werd uitgebouwd. De muur werd initieel gebouwd om de noordelijke grenzen te beschermen tegen Euraziatische nomaden, maar werd verder uitgebouwd om grenscontroles uit te voeren en belasting te heffen. Het is ook een teken van de isolationistische houding van de Chinezen. Zij hebben eeuwen gekend waarin zij zich alleen bemoeide in hun eigen territoria.

De Chinezen zien de tijd niet als lineair maar als circulair. Het tot stand komen, opbloeien en vervagen van dynastieën is een steeds terugkeren proces. Na de Qin kwamen de Han, na de Han kwamen de 3 koninkrijken na hen de Jin tot de laatste dynastie de Qing totdat deze viel in 1912. Gedurende deze periode van dynastische cycli is ontzettend veel gebeurd, maar we zullen, om in dit artikel beknopt te houden zullen we alleen stilstaan bij de belangrijkste momenten. De opkomst van het westen is een belangrijke oorzaak voor wat later bekend zal staan als de eeuw van vernedering in China en deze gebeurtenissen zijn essentieel om opkomst van China te begrijpen.

De eeuw der vernedering

De Opium Oorlogen

Deze oorlogen zijn een directe oorzaak voor de neergang van dynastisch China, maar om de aanloop tot deze oorlogen te begrijpen moeten we terug naar de handel tussen China en de rest van de wereld ten westen. Eeuwenlang vervoerde de Chinezen hun producten vooral via de zijderoute westwaarts waar zij zover reikte als het Romeinse Rijk. Chinese producten en vooral zijde waren populair en het was de Han dynastie die hiermee waren begonnen. Dit veranderde in de 15e eeuw toen de Portugezen als eerste Chinese producten over zee vervoerden, andere landen volgden hen daarin. Zij zette met toestemming en soms met dwang handelsposten op in China om vanuit die havens met China te handelen. Rond de 18e eeuw begonnen er geopolitieke problemen te ontstaan ten aanzien van de handel. De Chinezen hadden niet veel interesse in Europese producten daarnaast konden de Europeanen alleen in zilver betalen. Dit was tegen het zere been van de Britten omdat zij hiermee een groot handelstekort opbouwden en daarnaast waren zij enorme hoeveelheden zilver kwijt door de aankoop van Chinese importgoederen. De “The British East-India Company” stond onder druk om een goed te vinden die de Chinezen wilden kopen zodat zij meer zilver konden behouden. De Britten en Amerikanen hadden dit goed gevonden en dit was goed was opium. De import hiervan door China was initieel insignificant maar tegen 1820-30 werd de handel hierin zo groot dat de rollen waren omgedraaid. Zilver ging niet van het Verenigd Koninkrijk naar China, maar andersom. Door het grootschalige opium gebruik begon de Qing-overheid in te grijpen door de opium import te blokkeren. Zij deden dit eerst door een brief te sturen naar de toenmalige Queen Victoria met het verzoek om te stoppen met het smokkelen van opium. De Zhongdoe (gouverneur-generaal) Lin Tse Hsu beklemtoond in zijn brief het kwaad van het vervaardigen van opium enkel om dit vervolgens in China te verhandelen puur voor eigen gewin. Toen dit het probleem niet verhielp besloten zij de handelaren gevangen te nemen, hun opium in beslag te nemen en te verwoesten. Er werd een lobby aangestuurd vanuit de Britse handelaren naar de Britse overheid met het verzoek om toestemming te geven om militaire middelen in te zetten om een vergoeding af te dwingen voor, zoals de Britten het verwoordden, eigendom van deze handelaren. In juni 1840 werd een Brits expeditionair leger vanuit India naar China gestuurd als vergelding. De Chinezen, niet opgewassen tegen de maritieme capaciteit van de Britten accepteerde in 1842 het verdrag van Nanjing.

  1. Zij moeten de kosten die de Britten hadden gemaakt door de oorlog vergoeden
  2. Het territorium van Hong Kong werd afgestaan aan de Britten voor onbepaalde tijd
  3. Vijf kusthavens werden geopend als zijnde handelszones voor de Britten waaronder Shanghai

Dit heeft de relatie tussen China en het Westen significant gewijzigd. Want na het verdrag van Nanjing sloten de Fransen een verdrag met de Chinezen waarmee de afspraak werd gemaakt dat zij missionarissen naar China mochten sturen. In 1845 sloot Amerika een verdrag met China waarmee zij niet alleen toegang kregen tot de handelszones en missionarissen mochten sturen. Zij kregen de status als geprefereerde natie status. Dit kwam erop neer alle voorwaarden die golden voor andere landen waar China een verdrag mee sloot ook automatisch van toepassing waren voor Amerika.

Het is belangrijk om even stil te staan bij de kwestie waarom de Britten zo succesvol waren in het laten capituleren van China. Het Verenigd Koninkrijk had de Industriële Revolutie reeds ondergaan waardoor zij beschikten over betere wapens, materieel en de capaciteit om een expeditionair leger van dit formaat te ondersteunen. Zij waren in staat om ten zuiden van China te landen om vervolgens op te rukken en de hoofdstuk te bedreigen. De Britten hadden stoomschepen en met deze schepen waren zij in staat om stroomopwaarts te varen zodat zij de rivieren konden navigeren om zo de Chinese forten aan de kust te omzeilen. Kortom: zij waren door hun stoomschepen in staat om de Yangtze rivier en het Grote Kanaal te bevaren. Het Grote Kanaal wordt ook wel de keel van Beijing genoemd. Dit was dé aanvoerlijn van producten van het zuiden naar de noordelijke hoofdstad. De Chinezen hadden dan ook niet veel opties naast capituleren. De China beschikten over buskruit, kanonnen, infanterie, cavalerie en middelen om het land te verdedigen waar het aan ontbrak was maritieme capaciteit. Zij hadden nadat zij de Ming dynastie hadden vervangen in 1644 na een reeks landoorlogen waarbij maritieme oorlogen weinig tot geen rol speelden geen significante inspanningen gedaan om hun marine door te ontwikkelen. Er was tot de 19e eeuw namelijk geen evidente reden om hierin te investeren [The History of the Twenty-First Century Chinese Navy].

Ondanks dit alles zagen de Qing dit niet als een lange termijn dreiging en bleven zij relatief passief. Want tijdens de tweede Opiumoorlog rukten Engelsen en Franse strijdkrachten op naar Beijing en verwoestte zij het Zomerpaleis. De aanloop naar deze oorlog is als volgt: In 1856 nam de Chinese kustwacht een Brits schip in beslag dat verdacht werd van het vervoeren van smokkelwaar (opium). Als vergelding hierop bundelden de Britten en de Fransen hun krachten en werd hiermee de oorlog tegen China hervat na deze geconcludeerd te hebben met het verdrag van Nianjing in 1842. Zij eiste dat de opiumhandel gelegaliseerd zou worden in China en dat de Chinese douane onder hun autoriteit werd gezet, dat de importtarieven van producten uit Europa beperkt zouden worden en dat alle westerse missionarissen mochten opereren zonder hen op enige manier te hinderen. Qing ambtenaren arresteerde de delegatie van Fransen en Britten waarna 20 van hen werden gemarteld en geëxecuteerd. De Qing gaven zich over en waren genoodzaakt akkoord te gaan met alle voorwaarden die de Britten en de Fransen al eerder hadden opgesteld. Het zomerpaleis werd alsnog vernietigd om een signaal af te geven aan de Chinezen om het niet meer in hun hoofd te halen om ooit hun gezanten te executeren. De opiumoorlogen hebben een diepe wond veroorzaakt bij het vertrouwen van de Chinezen in hun beschaving, bestuur en prestige. Het verwoeste zomerpaleis wat nog altijd bezocht wordt is hier een herinnering aan.

Het tijdperk van (westerse) hervormingen

Amerika die destijds langzaamaan meer macht en invloed begon te krijgen in de wereld pastte ongeveer hetzelfde toe in Japan wat de Britten zoals hierboven beschreven deden in China. In 1852 voeren 4 Amerikaanse gevechtsschepen de baai van Tokio binnen. Zij gaven de Japanners een ultimatum om de handel met hen te openen en anders zou zij dit met militaire kracht afdwingen. De Japanners die getuige waren van de vernederende nederlaag van hun Chinese rivaal gingen akkoord omdat zij niet hetzelfde lot wilden ondergaan. De Japanners keken op naar de Chinese beschaving maar wel anders dan bijvoorbeeld Korea of Vietnam. Japanners hadden het ook het Confucianisme geadopteerd, zij namen de Chinese Han karakters als schrift maar zij leefden eeuwenlang onafhankelijk van de Chinezen. Daarnaast is het zo dat als we de realiteit van de Chinese vergelijken met die van de Japanners dan zien we dat de Japanners destijds kansen zagen in de komst van de Amerikanen. Het Japanse rijk was na jarenlange oorlogen opgebroken in een aantal feodale staten waar de Samoerai (bekend van de strijdersklasse maar in deze tijd de elite van de bevolking) open stonden naar manieren om machtiger te worden dan hun rivalen. Dit feodale systemen waar bood vele malen meer ruimte ten opzichte van de Chinese realiteit waar sprake was van rigide confucianistische ideeën die niet open stonden voor deze westerse beïnvloeding.

De Meiji hervormingen

Deze hervormingen, vrij vertaald als eervolle restauratie waren de meest radicale hervormingen in de Japanse geschiedenis ooit en leidde tot haar eerste grondwet in 1889. Een aantal zaken die erin stonden waren:

  1. Vrijheid van bezit
  2. Vrijheid van meningsuiting
  3. Vrijheid van vergadering
  4. Vrijheid van vereniging

Dit alles had ook een enorme bloei in de handel met het westen als gevolg en tegen het eind van 19e eeuw was er meer dan 1500 km aan spoorlijn aangelegd en was Japans uitgegroeid tot de 2 na grootste staalproducent ter wereld. De voorspoed die Japan tegemoet kwam leidde tot Bunmei Kaika en dit is een term dat gebruikt wordt om open te staan voor de wereld om zo nieuwe dingen te leren, maar het werd na verloop van tijd ingezet door bepaalde intellectuelen om de wereld te bekijken en te beoordelen met Japan als de standaard. Er ontstond een afkeer naar andere Aziatische naties. Korea dat sinds de 16e eeuw onderdeel uitmaakte van het Chinese Rijk werd een doelwit voor Japan. Er begonnen spanning te ontstaan tussen Japan en China over Korea en beide landen haasten zich om hun legers in Korea te mobiliseren. China was echter geen partij voor Japan, de Japanners waren beter georganiseerd en beter bewapend. Dit kwam voor een deel door de corruptie waar het Chinese Rijk onder leed zo had Keizerin Cixi het budget voor de marine verduisterd voor het bouwen van een koninklijk paleis. Terwijl het toen al lang en breed bekend was dat een oorlog tegen Japan onvermijdelijk was geworden. De Japanners verpletterde de Chinese marine in een paar luttele uren. Japan veroverde Korea en Taiwan in slechts een paar jaar en werden kolonies.

Waar China eerst een aantal handelsconcessies en een aantal havens verloor, hadden zij nu complete territoria verloren op de Japanners die zij eeuwenlang als inferieur beschouwde. In 1911 viel de laatste dynastie en dit leidde weer tot verdere instabiliteit en verval. Dit is de eeuw der vernedering samengevat.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back to top button