De geschiedenis van islam

Ibn Taymiyyah, Meester in Pen en Zwaard (2/2)

Mensen begonnen onderling te discussiëren over de vraag op basis van welk Goddelijk Oordeel men zou kunnen vechten tegen de Mongolen, die zeiden dat ze Moslims waren en niet in opstand waren gekomen tegen de Khalifah. Ze werden niet beschouwd als een rebel tegen de Khalifah, omdat zij zich nooit onder de verantwoordelijkheid van hem hadden geschaard. Derhalve zouden ze ook niet als rebellie of tegenstanders moeten worden aangemerkt. Hierop zei Ibn Taymiyyah: “Zij zijn als de kharidjieten die tegen Ali en Mu’awiyah waren, want de kharidjieten waren van mening dat ze geschikter waren voor de functie van Khalifah dan Ali of Mu’awiyah. Deze Mongolen daarentegen achten zichzelf bekwamer dan de Moslims om deze taak te vervullen. Ze veroordelen de Moslims voor hun zonden en wreedheid, maar ze begaan er zelf veel meer ”. Geleerden en de mensen begrepen de waarheid met deze verklaring van Ibn Taymiyyah. Hij vervolgde diens woorden als volgt: “Dood mij zelfs als jullie mij aan hun zijde zien met de Koran op mijn hoofd.” Hierdoor werden de mensen aangemoedigd om tegen de Mongolen te vechten. Hun moreel werd sterker. [Ibn Kathir, Al-Bidayah wa’l Nihayah, XIV, 71-72]

“Dood mij zelfs als jullie mij aan hun zijde zien met de Koran op mijn hoofd.”

Gelet op het voorgaande zijn er nog steeds mensen die de ware persoonlijkheid van Ibn Taymiyyah verbergen. Hij was een ware politicus, een commandant, een imaam. Letterlijk een allrounder. Net wanneer de Moslims hun moed verliezen, moedigt hij hen aan om niet op te geven en tegen de Mongolen te strijden. Hij is een ware mujtahid en vindt een oplossing voor de vraagstukken van de Moslims. 

Slag bij Shaqhab

In het jaar 702 Hidjri (1303 n. Chr.) vond de Slag bij Shaqhab plaats. De Moslims waren minder in aantal ten opzichte van de Mongoolse soldaten. De sultan kwam met een leger uit Egypte naar Damascus om de Moslims te helpen. De overwinning van de Moslims was mede te danken aan Ibn Taymiyyah. Hij had namelijk een hele grote rol vervuld. Hij had zelf ook deelgenomen aan de oorlog, maar had ook op een andere manier een cruciale rol.

Toen Ibn Taymiyyah samen met zijn vrienden terugkeerde van de jihad tegen de Mongolen, verwelkomden de mensen van Damascus hem. De mensen waren blij met zijn komst. Temeer omdat de soldaten van Damascus hem hadden gevraagd om naar de sultan te gaan en hem aan te moedigen om naar Damascus te komen voor de jihad. Toen de sultan op het punt stond terug te keren naar Egypte, overtuigde hij hem om terug te keren naar Damascus. Hij en de sultan waren samen naar Damascus gekomen. De sultan vroeg hem om bij hem te blijven tijdens de oorlog. Sjeikh Ibn Taymiyyah zei tegen hem: “Het is soenna om onder de vlag van je eigen stam te staan. Wij zijn de soldaten van Damascus en zullen enkel en alleen naast hen staan. Hij moedigde de sultan aan om te vechten, kondigde hem aan dat hij zou overwinnen en zei: “Ik zweer bij Allah dat jij deze keer zult overwinnen.” De commandanten zeiden tegen hem: “Zeg insha’Allah als je zoiets zegt”, waarop hij het volgende antwoord gaf: “Ik zeg insha’Allah, niet in de zin dat het mogelijk is, maar in de zin dat het zeker zal gebeuren. “

Hij verbrak ook zijn vasten. Hij ging naar de soldaten en at iets zodat ze konden begrijpen dat het voor hen deugdzamer was om hun vasten te verbreken en sterker te worden tijdens de oorlog dan door de vijand verslagen te worden tijdens het vasten.

Nadat hij dat had gezegd, zei hij tegen de mensen dat ze niet moesten vasten zolang ze vochten en dat ze hun vasten moesten verbreken als ze aan het vasten waren. Hij gaf fatwa over deze kwestie. Hij verbrak ook zijn vasten. Hij ging naar de soldaten en at iets zodat ze konden begrijpen dat het voor hen deugdzamer was om hun vasten te verbreken en sterker te worden tijdens de oorlog dan door de vijand verslagen te worden tijdens het vasten. Hij las de volgende hadith voor aan de mensen van Damascus en legde de betekenis ervan uit: “Morgen zullen jullie de vijand treffen. Door het vasten te verbreken, worden jullie sterker. ” [Ibn Kathir, Al-Bidayah wa’l Nihayah, XIV, 74]

Ondanks diens populariteit die zich in de loop der tijd heeft verspreid, werd Ibn Taymiyyah regelmatig gearresteerd door overheidsfunctionarissen en vaak gevangengezet. Hij werd vervolgd vanwege zijn fatwa’s over sommige fiqh-kwesties en diens opvattingen over ‘Ilm al-Kalam. Als gevolg van meerdere berechtingen was het verboden voor hem om fatwa’s te geven. Dit verbod werd ingevoerd door sultan Al-Nasir Muhammad in 705 Hidjri (1306 n. Chr.). Ibn Taymiyyah, die vaak in de gevangenis werd geplaatst, bleef zijn opvattingen volhardend verdedigen. Hij was de gerechtelijke procedures niet beu en schreef veel belangrijke werken tijdens diens periodes in de gevangenis.

Het goede gebieden en het slechte verbieden

Ibn Taymiyyah had ook een enorm invloed door ervoor te zorgen dat de heersers hun rol op zich namen om het goede te bevelen en het slechte te verbieden. Een voorbeeld hiervan is toen omkoping wijdverbreid raakte en een decisieve factor werd bij het bekleden van ambten in het jaar 712 Hidjra (1312 n. Chr.). Een officiële brief van de sultan werd naar Damascus gestuurd, waarin stond dat niemand een post of ambt door middel van geld of omkoping mocht bekleden. Een maand later gaf de sultan in een tweede brief aan dat bij onbekende moorden niet willekeurig mensen moesten worden gedood, maar er een uitgebreid onderzoek moest plaatsvinden. Als de moordenaar was gevonden, moest hij gestraft worden aan de hand van de Islamitische wetgeving. Beide brieven kwamen voort uit het advies en raadpleging van Ibn Taymiyyah. [Ibn Kathir, Al-Bidayah wa’l Nihayah, XIV, 131]

Ibn Taymiyyah had ook een enorm invloed door ervoor te zorgen dat de heersers hun rol op zich namen om het goede te bevelen en het kwade te verbieden.

Hij nam dus actief deel aan het bekritiseren van de status-quo. Zodra hij opmerkte dat er sprake was van een geval dat in strijd was met de Islamitische wetten, stuurde hij een brief naar de sultan en wees hem op de juiste implementatie van de Islamitische wetten. Dit is vandaag de dag tevens een heel belangrijk aspect van ons leven. Amr bil Ma’ruf wa Nahy an al Munkar (het goede gebieden en het slechte verbieden) is iets dat we zowel op individueel als op collectief niveau moeten doen. Allah (swt) zegt:

وَلْتَكُن مِّنكُمْ أُمَّةٌۭ يَدْعُونَ إِلَى ٱلْخَيْرِ وَيَأْمُرُونَ بِٱلْمَعْرُوفِ وَيَنْهَوْنَ عَنِ ٱلْمُنكَرِ ۚ وَأُو۟لَـٰٓئِكَ هُمُ ٱلْمُفْلِحُونَ

Laat er uit jullie een groep voortkomen die uitnodigt tot het goede en oproept tot rechtvaardigheid en het verwerpelijke verbiedt. En zij zijn degenen die zullen slagen

Soera Ali Imraan ajaa 104

Kijkend naar de situatie van Moslims sedert de vernietiging van de Khilafah, hebben de heersers in de moslimlanden het koefr-systeem aangenomen en de implementatie van Islam verlaten. Het is nu verplicht geworden voor de moslims om deze corrupte heersers ter verantwoording te roepen voor hun slechte daden en deze te vervangen door de implementatie van Islam. Zoals we hierboven hebben vermeld, is de taak het oprichten van een politieke organisatie met het doel het Islamitische leven te hervatten. Dit werk is een collectieve verantwoordelijkheid, omdat bovengenoemde vers ons verplicht om tussen ons een groep te laten voortkomen. Tevens worden de bestaande corrupte gedachten ter discussie gesteld; Secularisme, democratie, mensenrechten, globalisering en alle verkeerde concepten. Het werk omvat ook het blootleggen van hun verraad van de heersers, het onthullen van hun samenzweringen tegen de Ummah. Dit alles is enkel en alleen mogelijk met behulp van een politieke organisatie die alles aan de kaak stelt en een fundamentele verandering teweeg kan brengen. Deze Islamitische politieke groep zal de Islamitische da’wah dragen om deze precaire situatie te veranderen.

Het is nu verplicht geworden voor de moslims om deze corrupte heersers ter verantwoording te roepen voor hun slechte daden en deze te vervangen door de implementatie van Islam.

Toen hij uiteindelijk werd verboden van het hebben van boeken, papieren en pennen tijdens de laatste fase van zijn laatste gevangenschap, wijdde Ibn Taymiyyah al zijn tijd aan het aanbidden en reciteren van de Koran. Hij bleef een korte tijd in deze staat totdat hij stierf op de twintigste Dhu al-Qi’dah van het jaar 728 Hidjri (1328 n. Chr.).

Ibn Taymiyyah heeft aanzienlijk veel bereikt in zijn leven. Hij wordt vandaag de dag nog steeds als voorbeeld gezien. Echter, zoals vermeld aan het begin van dit artikel nemen mensen alleen de opvattingen die hen zo min mogelijk problemen verzorgen. Ibn Taymiyyah was zeer actief in het gebieden van het goede en het verbieden van het slechte. Indien wij dienovereenkomstig kunnen handelen en de Islamitische Wetgeving als maatstaf nemen, zullen we met de wil van Allah (swt) slagen. Immers, Allah (swt) heeft zijn steun beloofd aan degenen die standvastig op Zijn Pad volharden.

Islam is een dien die openstaat voor verschillende interpretaties, mits deze zijn gebaseerd op de Koran en Soenna. Ibn Taymiyyah was een grote geleerde. Hij was niet onfeilbaar en heeft zoals elke geleerde ongetwijfeld fouten gemaakt in zijn oordelen of een andere mening gehanteerd dan de jumhur (meerderheid) ten aanzien van bepaalde onderwerpen. Echter, hij heeft ook heel veel juiste ahkaam gededuceerd uit Islamitische bronnen. Hoe dan ook, zoals vermeld in de volgende hadith, kan hem dienaangaande geen blaam treffen: ‘Als een rechter een oordeel velt naar zijn beste weten en zijn oordeel is correct, dan ontvangt hij twee beloningen en als hij een oordeel velt naar zijn beste weten en het oordeel is onjuist, dan zal hij één beloning krijgen.’ (Bukhari en Muslim)

Als moslims in het Westen worden we vooralsnog niet geconfronteerd met structurele vrijheidsontnemingen of geweldplegingen.

Er zullen altijd tegenslagen en obstakels zijn op het Pad van Allah (swt). Vele handen maken licht werk. Indien wij onze krachten bundelen en als één blok naar voren komen, kunnen we meer bereiken. Toen Umar (ra) en Hamza (ra) zich bekeerden tot Islam, kregen de moslims er twee vooraanstaande personen bij. Zij hadden aanzien en waren zowel mentaal als fysiek heel sterk. Ze gingen nadien in twee rijen door Mekkah lopen om de Islam openlijk te verkondigen en dat terwijl zij nog steeds laag qua aantal waren. Tegenwoordig zijn er bijna 2 miljard moslims. Wij dienen het initiatief te nemen en kunnen niet verwachten dat anderen het wel in plaats van ons zullen doen. We zullen allen verantwoording moeten afleggen aan Allah (swt) voor ons doen en laten. De metgezellen van onze Profeet (saw) hebben moeten emigreren naar Abyssinië vanwege de onderdrukkingen. Desondanks zijn ze niet gestopt met hun da’wah en zijn ze bij hun terugkeer actief gecontinueerd met het verkondigen van Islam. Als moslims in het Westen worden we vooralsnog niet geconfronteerd met structurele vrijheidsontnemingen of geweldplegingen. In Moslimlanden daarentegen zijn de moslims onderhevig aan fysieke onderdrukkingen en worden ze in sommige landen zelfs vastgezet. Enkel en alleen vanwege het feit dat zij geloven in Allah (swt). Alsnog gaan ze door met uitdragen van deze da’wah en sluiten ze geen compromissen met de onrechtplegers.

Laten we dit artikel eindigen met het eminente antwoord dat Ibn Taymiyyah gaf aan degenen die hem naar de gevangenis hebben gedreven: “Wat kunnen mijn vijanden mij aandoen? Ik heb zowel mijn Djannah als mijn tuin in mijn borst. Als ik reis, zijn ze bij mij en verlaten ze me nooit. Als ik gevangen zit, dan is dat afzondering voor aanbidding (khalwa). Als ik word gedood, is het martelaarschap (shahada). Als ze me uit mijn land verdrijven, dan is dat een spirituele reis (siyaha). [Ibn Qayyim al-Jawziyya, al-Wabil al-Sayyib, p. 57]

Het eerste deel van dit artikel kunt u via deze link raadplegen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Back to top button