De geschiedenis van islam

Alparslan, Vader van de Openingen

Sinds het profeetschap zijn er vele Islamitische persoonlijkheden geweest die geschiedenis hebben geschreven. Deze persoonlijkheden dienen vandaag de dag als voorbeelden voor ons. We moeten proberen om uit de heldhaftige en moedige daden die zij hebben verricht lering te trekken. Hoewel zij hebben geleefd onder de autoriteit van de Islamitische Staat van waaruit zij hun kracht haalden, is er thans geen Islamitische Staat die als schild en krachtbron moet dienen. Desondanks spreken de daden van deze helden boekdelen over hun karakter en vastberadenheid. Dit alles omwille van Islam. 

Derhalve is het belangrijk voor ons om onze voorvaderen te kennen en te zien wat voor heldhaftige daden zij hebben verricht. Islam heeft 1300 jaar lang geregeerd en heeft in die tijd een enorme expansie gerealiseerd. Vanuit het Arabisch Schiereiland, tussen twee grootmachten, de Perzen en de Byzantijnen, brandde er een licht en dit licht heeft zich verspreid en behelsde uiteindelijk een gebied van Indonesië tot aan Andalusië. Dit ging niet zonder slag of stoot. Toenmalige moslimleiders hebben het voortouw genomen en de Oemma geleid in deze heilige aangelegenheid. Uiteraard was dit met de wil van Allah (swt). 

Eén van deze moslimleiders was Sultan Alparslan. De naam Alparslan is een combinatie van de Turkse woorden ‘Alp’ en ‘Arslan’ en betekent ‘de heroïsche leeuw’.  Volgens Ibn al-Athir, de grootste historicus van de Islamitische Middeleeuwen, is hij geboren in het jaar 424 Hijri (1032-1033 n. Chr.). Hij kreeg de bijnaam Sultan-ı Alem, oftewel ‘de Sultan van de wereld’. Hij was de zoon van Chaghri Bey en was de tweede Sultan van de Seltsjoeken. Sultan Alparslan werd Sultan toen de Seltsjoeken een enorm gebied van het huidige Iran, Khorasan en een deel van Afghanistan (Tokharistan) controleerden. Hij regeerde in totaal negen jaar na zijn oom Tugrul Bey. 

Hij stond bekend om zijn rechtvaardigheid en barmhartigheid. Hij behandelde mensen heel beleefd en gaf herhaaldelijk sadaqah. Hij schonk elke maand Ramadan 15.000 dinar aan de armen. Er zijn in diens regeerperiode geen moorden gepleegd, noch zijn eigendommen onrechtmatig toegeëigend. Eens schreef iemand een brief aan Alparslan waarin hij klaagde over zijn grootvizier Nizam al-Moelk. Hij claimde dat de grootvizier slaven mishandelde en het volk veel onrecht aandeed. Alparslan riep Nizam al-Moelk bij zich en zei tegen hem: ‘Als wat deze man zegt waar is, corrigeer dan je gedrag. Als hij heeft gelogen, vergeef dan zijn fout’. [Ibn Kathir, Al-Bidayah wa’l Nihayah, XII, 228]

Alparslan riep Nizam al-Moelk bij zich en zei tegen hem: ‘Als wat deze man zegt waar is, corrigeer dan je gedrag. Als hij heeft gelogen, vergeef dan zijn fout’.

Hij was barmhartig en vriendelijk voor de armen. Hij deed veel du’aa voor de zegeningen die Allah (swt) hem schonk. Op een dag, terwijl hij door Merv (stad in Transoxanië) liep, kwam hij de armen van al-Harrain tegen. Hij zag hun toestand en huilde. Hij vroeg aan Allah (swt) om hem te verrijken met zijn grote genade opdat hij de arme mensen kon helpen. Tegenwoordig zijn er Moslimleiders die lachend in beeld komen terwijl de Moslims hongerlijden. Sterker nog, ze sluiten zelfs pacten met de Kuffar die de rijke grondstoffen van de Oemma exploiteren. Onze voorvaderen hebben hard gestreden om landen te openen. Derhalve is het beschamend om leiders te zien die zich hebben onderworpen aan Westerse mogendheden. Zij zijn enkel en alleen loyaal aan hun Westerse bazen en denken aan hun eigen rijkdom. De leiders hebben meerdere landen en hun inwoners verraden. Niet alleen Palestina, maar ook Kashmir, Krim, Zuid-Sudan, Oost-Timor, Cyprus, Oost-Turkestan en de Rohingya Moslims in Myanmar.

Al op jonge leeftijd kreeg Alparslan grote verantwoordelijkheden. In het jaar 1043 n.Chr., werd Chaghri Bey, die als gouverneur diende in Khorasan, ziek. De Sultan van de Ghaznaviden Mawdud wilde van deze situatie profiteren en stuurde legers naar de regio om Balch en Tokharistan te heroveren. Chaghri Bey benoemde Alparslan, toen nog 14 jaar oud, tot het hoofd van het leger. Dit was de eerste serieuze indrukwekkende test van Alparslan. Alparslan versloeg de Ghaznaviden en had zijn eerste belangrijke ervaring met succes afgerond. [Ibn al-Athir, Al-Kamil fi al-Tarikh, IX, 395]

Nadat Alparslan de troon besteeg in Rey in het jaar 1064 n.Chr. werd er in zijn naam een khutbah gegeven. Hij gaf zijn bay’ah aan de toenmalige Abbasidische Khalifah Al-Qa’im, waarna zijn Sultanaat bevestigd en geproclameerd werd. In hetzelfde jaar belegerde Alparslan de stad Ani (40 km van Kars, Turkije). Deze stad was van de Byzantijnen en tegelijkertijd ook de meest versterkte stad van de regio. Mitsdien werd deze opdracht onmogelijk geacht. Desalniettemin werd de stad, na één maand van belegering, geopend door de Moslims. Ten gevolge van deze fath (opening) gaf Khalifah Al-Qa’im de bijnaam Aboe’l Fath (Vader van de Opening) aan Alparslan. [Ibn al-Athir, Al-Kamil fi al-Tarikh, X, 52]

Ten gevolge van deze fath (opening) gaf Khalifah Al-Qa’im de bijnaam Aboe’l Fath (Vader van de Opening) aan Alparslan.

In het land van de Fatimiden heerste er een crisis rond 1070 n.Chr. Er vond een ernstige hongersnood plaats. Mensen aten kadavers, doden en honden. De situatie werd dusdanig erbarmelijk, dat honden werden verkocht voor vijf dinar. Niemand durfde lichamen overdag te begraven. Ze werden ’s nachts heimelijk begraven, opdat men niet het graf zou openen en de lichamen zou eten. Dit jaar stuurde de gouverneur van Mekka een brief naar Sultan Alparslan, die in Khorasan was. Hij zei dat er in Mekka khutbah werd voorgelezen in de naam van Al-Qa’im en Alparslan, alsmede dat de khutbah niet langer werd voorgelezen in naam van de Fatimiden. [Ibn Kathir, Al-Bidayah wa’l Nihayah, XII, 216]

Nasir al-Dawla ibn Hamdan vroeg Alparslan om hulp en wilde de leider van de Fatimiden afzetten en het land weer teruggeven aan de Abbasiden. Alparslan wilde van deze zwakke periode van Fatimiden profiteren. Hij organiseerde een tocht naar Egypte teneinde het land van de Fatimiden te veroveren. [Ibn al-Adim, Bughyat al-Talab fī Tārīkh Ḥalab, p. 13]

Zijn plan was om via Syrië naar Egypte te gaan. Alvorens Aleppo te hebben bereikt, kwam hij in Diyarbakir. Toen de gouverneur Nasr ibn Marwan dit hoorde, verwelkomde hij Alparslan en gaf hem 100.000 dinar evenals verschillende cadeaus als geschenk. Toen Alparslan hoorde dat het geld met dwang van het volk was gepakt, beval hij het geld onmiddellijk terug te geven. Nadien kwam hij aan in Aleppo en werd de stad belegerd toen de gouverneur weigerde te verschijnen en het kasteel sloot. Echter, na hevige slagen kwam de gouverneur samen met diens moeder uit het kasteel, waarop zijn moeder tegen Alparslan zei: ‘Hier is mijn zoon! Doe wat je wilt!’. De Sultan behandelde hen zeer goed, gaf de regent een khil’a (erekleed) en stuurde hem terug naar Aleppo. [Ibn al-Athir, Al-Kamil fi al-Tarikh, X, 70-71]

Men zegt dat voor Alparslan geen enkel Turkse leider de Eufraat heeft overgestoken, noch in de oudheid, noch in de Islamitische tijd. [Ibn Khallikan, Wafayāt al-Aʿyān, III, 230]

Slag bij Manzikert

De Byzantijnse keizer Romanos IV Diogenes vertrok met een leger van 200.000 soldaten, bestaande uit Grieken, Franken, Russen, Petsjenegen, Georgiërs en andere stammen in die regio. Hij zette koers naar de Islamitische landen en kwam naar Manzikert in de regio Ahlat (Oost-Turkije). Dit nieuws bereikte Sultan Alparslan. Hij hoorde dat de keizer met een groot leger kwam. In tegenstelling tot de keizer kon Alparslan geen soldaten rekruteren omdat de soldaten ver weg waren en de vijand dichtbij was. Volgens diverse bronnen had het leger van Alparslan 15.000-20.000 soldaten.[1] Hij zei tegen zijn soldaten: ‘Ik zal vechten door te hopen op de goedkeuring van Allah; Als ik het overleef, is dat een zegen van Allah.’

‘Ik zal vechten door te hopen op de goedkeuring van Allah; Als ik het overleef, is dat een zegen van Allah.’

Toen ze de vijand naderden, stuurde de Sultan de voorhoede op de vijand af. De voorhoede trof de Byzantijnse voorhoede, welke bestond uit Russen van ongeveer 15.000 soldaten. Uiteindelijk werden de Russische troepen verslagen. Hun commandanten werden gevangengenomen en naar de Sultan gebracht. Toen de twee legers elkaar steeds verder naderden, stuurde de Sultan een gezant naar de Byzantijnse keizer en bood vrede aan, maar de keizer antwoordde: ‘Vrede zal alleen in Rey worden gesloten.’ doelend op de hoofdstad van de Seltsjoeken. De Sultan werd boos en de imam en faqih Abu Nasr Muhammad al-Bukhari al-Hanafi die dit zag, zei: ‘Je vecht voor een religie waaraan Allah (swt) de overwinning belooft en welke Hij superieur zal maken aan andere religies. Ik hoop dat Allah (swt) je deze overwinning zal schenken. Val de vijand daarom aan op vrijdag, wanneer alle sprekers op de minbar du’aa zullen doen met de Oemma.’

De imams en geleerden die zich niet proberen te uiten met betrekking tot politieke kwesties kunnen een voorbeeld nemen aan de imam en faqih Abu Nasr Muhammad al-Bukhari al-Hanafi. Sterker nog, hij bemoeide zich zelfs met de oorlogsstrategie door aan te kaarten dat Alparslan niet die desbetreffende dag maar op een vrijdag de strijd moest initiëren. Dit vanwege het feit dat op die dag de sprekers op de minbars du’aa konden doen voor het boeken van een overwinning. De minbar is in de Islamitische geschiedenis altijd een platform geweest dat werd gebruikt om de Moslims aan te moedigen en berichtgevingen omtrent jihaad te verkondigen. Heden ten dage worden deze heilige platformen gebruikt om nationalistische ideeën te verkondigen en mensen op politiek vlak passief te maken. 

Alparslan beschouwde diens soldaten als broeders van zijn eigen niveau. Er was dus geen sprake van hoogmoed of arrogantie. Heden ten dage is het een Sisyfusarbeid om een Moslimleider te vinden die zich niet kenmerkt met zulke hooghartige karaktereigenschappen.  De Islamitische Oemma dient zich te realiseren dat zij altijd krachtiger zullen zijn dan hun leiders. Als zij hun leiders, al dan niet uitdrukkelijk, goedkeuren en hen niet bekritiseren, dan zullen de leiders immer regeren en niet van hun heilige troon worden gestoten. Dientengevolge zal de algehele Oemma niet-aflatend kampen met de problemen die zij thans ondervindt. De Moslims in het Westen dienen de diaspora bewust te maken van de Islamitische rechten en plichten en geopolitieke verhoudingen. De Moslims van de diaspora dienen te beseffen dat hun leiders in hun landen van herkomst geen helden zijn en nimmer Islam in alle aspecten zullen implementeren.

Toen het zover was, verrichtte de Sultan het gebed met zijn soldaten en huilde. De soldaten die hem zagen huilen, huilden eveneens. De Sultan zei tegen de soldaten: “Degenen die weg willen gaan, mogen weggaan. Er is hier geen heerser die dienaangaande iets beveelt of verbiedt.” Daarna liet hij zijn pijl en boog vallen, pakte in plaats daarvan zijn ​​zwaard en strijdknots, en hij bond de staart van diens paard met zijn eigen handen vast. Zijn soldaten deden hetzelfde. De Sultan droeg witte kleding en zei: ‘Als ik overlijd, laat dit dan mijn lijkwade zijn.’

De Sultan droeg witte kleding en zei: ‘Als ik overlijd, laat dit dan mijn lijkwade zijn.’

De toespraak van Alparslan voor zijn soldaten is exemplarisch voor zijn moedige persoonlijkheid. Ondanks dat het Byzantijnse leger tienmaal groter was dan het leger van Alparslan, hebben de Moslims geen enkel moment getwijfeld en zijn ze vol imaan de strijd aangegaan. Er was namelijk geen weg terug voor hen. Het was óf het martelaarschap óf de overwinning. Dit komt mede doordat Alparslan de soldaten van het leger vertelde dat hij één van hen was, hetgeen betekent dat hij evenveel waarde hecht aan de soldaten als aan zichzelf. De vastberadenheid van de soldaten tegenover het enorme leger van de Byzantijnen toont hoe koen zij waren. De Moslims zijn tegenwoordig verdeeld en in de minderheid. Dit betekent echter niet dat dit doorslaggevend moet zijn. Als wij, Moslims, vastberadenheid en moed kunnen tonen, kunnen we gezamenlijk als eenheid veel bereiken. Men geeft dikwijls aan dat de Oemma verdeeld is, waardoor het heel lastig is om te unificeren. Helaas blijft het altijd bij deze constatering en worden er geen inspanningen verricht om het tegendeel te bewerkstelligen. Het gaat om de wilskracht, bereidheid en imaan die iemand heeft. Indien er mensen zijn die paraat staan om de intellectuele verspreiding van de da’wah met beide handen aan te grijpen, zal het, met de wil van Allah (swt) niet lang meer duren om Islam wederom op de kaart te zetten.

Helaas blijft het altijd bij deze constatering en worden er geen inspanningen verricht om het tegendeel te bewerkstelligen.

De Sultan viel toen het Byzantijnse leger aan en zij vielen de Sultan aan. Toen hij de vijand naderde, steeg hij van zijn paard, knielde hij op de grond en deed hij sajdah. Hij huilde en deed veel du’aa, steeg weer op zijn paard en viel de vijand aan. De soldaten vielen met hem aan en bevochten het vijandelijke leger. Op dat moment drong er een sluier van stof tussen hen door en de Moslims doodden de vijanden. Allah (swt) schonk hun de overwinning en het Byzantijnse leger werd verslagen. Ontelbare soldaten kwamen om, dermate veel dat het slagveld gevuld was met de lijken van de gesneuvelden. Ondertussen werd de Byzantijnse keizer gevangengenomen en naar de Sultan gebracht. Hij sloeg de keizer driemaal met een zweep en zei: ‘Weigerde je niet toen ik een gezant naar je stuurde om vrede te sluiten?’, waarop de keizer antwoordde: ‘Stop met berispen en doe wat je wilt.’ De Sultan vroeg hem: ‘Wat zou je doen als je mij gevangen had genomen?’ De keizer antwoordde: ‘Ik zou kwaad doen’. De Sultan vroeg: ‘Wat denk je dat ik met je zal doen?’ De keizer antwoordde: ‘Je vermoordt me of maakt me publiekelijk te schande in Islamitische landen. Of, hoewel het een kleine mogelijkheid is, zal je mij vergeven, losgeld en belasting vragen en mij tot je regent benoemen.’ Daarop zei de Sultan: “Ik dacht aan niets anders dan dit”.

De Sultan sloot een overeenkomst met de keizer op voorwaarde dat hij 1,5 miljoen dinar aan losgeld zou betalen, Byzantijnse soldaten naar de Sultan zou sturen wanneer hij daartoe verzocht, en alle gevangenen in het Byzantijnse land zou vrijlaten. Hij ontving hem later in zijn tent en gaf ook nog 10.000 dinar aan reiskosten mee. Hij liet ook een groep commandanten voor hem vrij en liet hen de volgende dag een erekleed aandoen. Na deze goede daden vroeg de keizer waar de Khalifah zich bevond. Toen hem die richting werd aangewezen, stond hij op en boog hij voorover uit respect. De Sultan sloot een overeenkomst voor 50 jaar met hem, stuurde hem vervolgens naar zijn land en gaf ook soldaten om hem naar een veilige plaats te vergezellen.

[Ibn al-Athir, Al-Kamil fi al-Tarikh, X, 71-73]    

Toen Romanos Diogenes in zijn land aankwam, zag hij dat de Byzantijnen in plaats van hem iemand anders hadden aangesteld als de nieuwe keizer. Hij bood zijn excuses aan de Sultan en stuurde ongeveer 300.000 dinar aan goud en sieraden. Uiteindelijk sloot hij zich af van de wereld en leidde een afgescheiden leven. [Ibn Kathir, Al-Bidayah wa’l Nihayah, XII, 219]

Velen claimen dat Alparslan de strijden heeft gevoerd omwille van een nationalistisch gedachtegoed. Het is evident dat Alparslan etnisch gezien Turks was. Hij zei op het slagveld: ‘Wij willen de strijd aangaan zoals de Moslims sedert vroeger doen’. Gelet op deze uitspraak kan niet worden geoordeeld dat zijn zaak nationalistisch van aard was. Integendeel, hij voerde verscheidene oorlogen om Islam uit te dragen en te bewerkstelligen dat Islam zich zou verspreiden. Dit blijkt ondubbelzinnig uit zijn uitspraken. De Slag bij Manzikert was geen nationalistisch oorlog. Het was een strijd die namens en voor de Moslims omwille van Islam is gevoerd. Bovendien heeft hij dankzij de overwinning de fundamenten gelegd voor het openen van Constantinopel. Na de Slag bij Manzikert werd de weg voor de Moslims vrijgemaakt om zich in Anatolië te vestigen. De Ottomanen hebben in Anatolië de Ottomaanse Staat opgericht en in 1453 n. Chr. heeft Muhammad al-Fatih Constantinopel geopend. Moge Allah (swt) beide leiders en hun legers belonen voor hun daden. Het feit dat Sultan Alparslan zijn bay’ah gaf aan de toenmalige Khalifah toont tevens aan dat hij altijd loyaal is geweest aan de Abbasidische Khilafah Staat. Zijn naam werd in meerdere plaatsen in de Abbasidische Staat genoemd tijdens de khutbahs. Hoe kan iemand die naar het martelaarschap streefde en zijn leger aanmoedigde om op het pad van Allah (swt) te vechten, herdacht worden in een nationalistische context?

De Slag bij Manzikert was geen nationalistisch oorlog. Het was een strijd die namens en voor de Moslims omwille van Islam is gevoerd.

Het overlijden van Alparslan

De Sultan was in de eerste dagen van september 1072 met meer dan 200.000 cavaleristen onderweg naar Transoxanië voor een andere slag. Hij passeerde Amu Darja in de maand Safar (17 oktober – 14 november). De soldaten van de Sultan brachten de wachter Yussuf al-Kharizmi naar hem (20 november 1072). De Sultan berispte hem vanwege zijn lelijke daden. Toen beval hij dat hij aan vier palen moest worden genageld. Yussuf zei: “O angsthaas! Is dit hoe je iemand zoals ik gaat vermoorden? “. De Sultan werd boos en zei: “Maak hem los!”. Hij pakte zijn pijl en boog en schoot een pijl af, maar hij miste hem. Normaliter miste hij nooit. Op dat moment zat de Sultan op zijn troon. Hij stond op en kwam van zijn troon af, maar hij struikelde en viel op zijn gezicht. Yussuf al-Kharizmi verwondde de Sultan aan zijn zij met een dolk die hij bij zich droeg. Toen de sultan gewond raakte, zei hij: ‘Waar ik ook heen ga en welke vijand ik ook aanval, ik vraag altijd de hulp van Allah. Gisteren beklom ik een heuvel, de grond trilde onder mij door de grootsheid van het leger en de veelheid van mijn soldaten. Ik zei tegen mezelf: “Ik regeer over de hele wereld, niemand is even sterk als ik.” Daarom heeft Allah (swt) me hulpeloos gemaakt tegen de zwakste van Zijn schepselen. Ik vraag Allah om vergeving en vraag hem om mijn gedachte te vergeven.’ De soldaten pakten Yussuf en doodden hem. De wond van de Sultan was zwaar. Hij keerde onmiddellijk terug naar Amu Darja. Hij is op 24 november 1072 overleden en werd naast zijn vader Chaghri Bey begraven’ [Ibn al-Jawzi, Muntazam fi Tarikh al-Muluk, VIII, 276-279] [Ibn al-Athir, Al-Kamil fi al-Tarikh, X, 78-79]

Bovenstaande toont een prachtig introspectief moment van Alparslan aan. Hij is de geschiedenisboeken ingegaan als iemand die heel veel slagen heeft gewonnen. Als gevolg van de vele overwinningen verkeerde Alparslan in een toestand waarbij hij dacht dat hij onverslaanbaar was. Dit is een excellent voorbeeld van de menselijke gevoelens die iemand kan krijgen als hij heel veel goede daden heeft verricht en zichzelf heel sterk acht. Desalniettemin is het belangrijk om te beseffen dat alles met de wil van Allah (swt) plaatsvindt en niemand Zijn Macht kan overtreffen. Daarom is het des te mooier dat Alparslan om vergeving vraagt voor slechts de gedachte die hij had en zich heel goed bewust is dat iedereen machteloos is tegenover Zijn Bestaan. Aan alles komt een eind.


[1] Ibn al-Athir: 15.000; Ibn al-Adim: 15.000; Ibn Kathir: 20.000; Ibn al-Jawzi; 20.000

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Back to top button